Terug naar vorige pagina
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 20 april 1919
Bron: Koninklijke Bibliotheek
Buitenlandsch nieuws
Uit Konstantinopel wordt gemeld dat Talaat pasja, Djemal pasja en Enver pasja, die voortvluchtig zijn en zich voor den krijgsraad hadden te verantwoorden voor de misdaden, moorden en deportaties, waartoe zij bevel hebben gegeven, worden beschouwd als zich tegen de wet te hebben verzet; zij zijn bij verstek veroordeeld. Zij verliezen hun burgerrechten en hun bezittingen worden in beslag genomen.