Nieuwe Rotterdamsche Courant, 19 februari 1920
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Armenië ter vredesconferentie

(Van onzen correspondent.)  Parijs, 17 Februari.

Nu de hooge heeren te Londen besloten hebben, dat de sultan te konstantinopel mag blijven en de engten onder toezicht van de geallieerden komen, zullen ze eindelijk eens voor al dienen uit te maken, wat er met Armenië gebeuren moet.

Dit landje is een beetje het kind van de rekening, dat is te zeggen van een rekening, die nog altijd niet werd opgemaakt. Oorspronkelijk was den Vereenigden Staten het mandaat van den volkenbond over Klein-Azië toebedacht. Dat is ondertusschen vervallen. Nu praat men ervan, de bescherming over Armenië aan Nederland op te dragen. Van Armeensche zijde doet men daar geheimzinnig over.

Men weet er, dat hun zaak in ons land vrienden met de daad telt. Nederlanders zijn daar werkzaam geweest, ook de Armeniërs kennen de namen Westenenk, Torley-Duwel en Hijmans.

Zoo ver is het nog niet. Voorloopig zouden ze willen, dat de volkenbond den jongen Armeenschen staat onder zijn hoede nam.

Deze staat is een republiek. Chatinian heet de minister-president, een zeer ontwikkeld man, die uitstekend Fransch spreekt. Daarover verbaast men zich trouwens telkens, hoe gretig de Armeniërs ook geestelijk vooruit willen, hoe makkelijk ze zich bij de westersche leef- en denkwijze aanpassen en hoe vlot ze met het Fransch overweg kunnen. Twee tot drie honderd Armeensche studenten zijn naar Parijs gekomen, jongelui, maar met den ernst van wie veel ervaren hebben. Eenigen hunner heb ik gesproken. Zij onderscheiden zich behalve door hun dorst naar kennis door nationalen onafhankelijksheidszin. Ze denken politiek. De zaak van hun lang verdrukte vaderland is hun eigen zaak.

Natuurlijk zijn zij een beetje teleurgesteld: de geallieerden hebben hen niet zoo geholpen als ze verwachtten, afgaand op de gouden bergen, hun tijdens den oorlog beloofd. Toen waren de Armeensche gruwelen mede een wapen in den papieren strijd. Men weet, dat eenige Turken, o.a. Enver pasja, door de geallieerden werden opgeëischt, beschuldigt die moordpartijen te hebben aangesticht. In tegenstelling met wat ik hier gehoord had zegt Semenof, voormalig lid van den Transkaukasischen landdag, dat Enver en Noeri pasja, zijn broer, in de streek van den berg Ararat en Bakoe ijveren. Ook kwam Armenië voor op het lijstje van oorlogsdoelen, in het begin van 1917 door de geallieerden opgesteld. Armenië nu is nog niet geheel bevrijd en de Turken worden niet, zooals het daar heette, uit Europa verbannen.

Het stuk van Armenië, dat van Rusland deel heeft uitgemaakt, is nu zelfstandig. Turksche troepen liggen daarentegen nog in het voormalig Turksche Armenië. Toen de wapenstilstand gesloten was, meenden de Armeniërs dat daarmee hun eeuwenlange droom zou worden verwezenlijkt. Dat gaf al dadelijk een teleurstelling: de geallieerden vroegen Turkije zelfs niet het land te ontruimen. De benden van Moestapha Kemal nestelden er zich.

Uit de berichten van de laatste weken weet men, wat een omvang de nationalistische beweging, waarvan die generaal een der voornaamste leiders is, ook in Konstantinopel heeft genomen. De laatste verkiezingen hebben er de partij van Eenheid en Vooruitgang een overweldigende meerderheid bezorgd. Een motie van vertrouwen in de regeering werd in het parlement maar met een drietal stemmen tegen aangenomen. De bovengenoemde Semenof drukt dit als volgt uit: de verkiezingen hebben de oude vrienden van den Duitschen generalen staf weer aan het roer gebracht.

Voor Armenië beduidt dit veel goeds. Dit volk heeft een tijd geleden al de voorzorg genomen, een delegatie naar Parijs te zenden om op de behandeling van de hen rechtstreeks rakende zaken bij de vredesconferentie een waakzaam oog te houden. Deze afvaardiging beschikt hier over een fraai appartement. Ik ben er geweest en de leden hebben den "neutralen" journalist met woord en geschrift ingelicht. Ze bepleit haar belangen voor de bonzen zelf, als ze daartoe uitgenoodigd wordt.

Echter heeft ze niet alleen met de geallieerden rekening te houden. Er liggen nog andere kapers op de kust. De Georgiërs en de Tartaren, wier gebied aan dat van het Kaukasische Armenië grenst, eisschen eenige stukken op. Terwijl de Armeensche regeering de uiteindelijke beslissing van de Parijsche conferentie afwacht, probeert haar buur, de republiek Azerbeidzjan, de geallieerden voor een uitgemaakte zaak te zetten. Hierbij volg ik de Armeensche lezing. Later is er misschien nog wel gelegenheid, de zaak ook van het andere standpunt toe te lichten. Terwijl de Armeensche regeering overeenkomstig de beslissing van het Britsche opperbevel elke troepenbeweging heeft verboden, stuurde het goevernement van Azerbeidzjan soldaten naar het Armeensche Karabagh en bezette ze streken, die de Armeniërs voor onbetwistbaar Armeensch houden. Zelfs heeft de regeering van Azerbeidzjan de inlijving van die streken afgekondigd en er een goeverneur-generaal heengezonden. De Nationale Armeensche vergadering van Karabagh wil niets van die aanspraken weten. Intusschen heeft de Armeensche delegatie haar opvatting ten opzichte van het Karabagh uit historisch en ethnographisch oogpunt uiteengezet.

Ook met de Georgische republiek ligt Armenië van wege de gemeenschappelijke grens overhoop. In royale uitgaven op glanzend papier verdedigt de afvaardiging haar rechten. Ze koos daartoe den meest overtuigenden weg: ze laat de feiten spreken, natuurlijk gezien door het Armeensche "temperament". Zoo bestrijdt de afvaardiging in een harer uitgaven de cijfers, door die van Azerbeidzjan gegeven aangaande de sterkte der verschillende nationaliteiten in Transkaukasië, onjuiste cijfers, waarop Azerbeidzjan zijn eischen had gegrondvest.

In Transkaukasië, 195,000 vierkante K.M. groot, wonen 7,008,000 menschen, als volgt verdeeld: 2,303,000 Tartaren, Turken enz., 1,787,000 Armeniërs, 1,784,000 Georgiërs, 915,000 Russen, Duitschers, Polen en andere westerlingen, 117,000 bergbewoners van den noordelijke Kaukasus en 102,000 Koerden. De drie voornaamste volken, Armeniërs, Tartaren en Georgiërs, werden het na lange onderhandelingen eens, dat het ethische beginsel bij de afbakening van de grenzen den doorslag moest geven, zonder dat men de aardrijkskundige, oeconomische, geschiedkundige en strategische factoren behoefde te verwaarloozen. De Georgiërs bewonen het westelijke, de Tartaren het oostelijke, de Armeniërs het zuidelijke gebied van Transkaukasië. Het was nog al makkelijk, de scheidslijn tusschen Armenië en Georgiërs te trekken. Lastiger ging het tegenover de Tartaren, omdat Armeniërs en Tartaren in sommige streken door elkander wonen.

Het Transkaukasische Armenië, waarvan de grenzen voorloopig zijn getrokken, telt 1,293,000 Armeniërs, 588,000 Tartaren, Turken,enz., 123,000 elementen elementen van christelijk geloof, en 82,000 koerden. Met deze indeeling zijn de buren niet tevreden. Vooral omdat het dal van de Arax hun wordt betwist, ontstemt de Armeniërs, zonder dit dal zou hun land, meenen ze, een zeker verval tegemoet gaan. Gedurende eeuwen was het 't middelpunt der Armeensche geschiedenis en beschaving. Daar werd in 303 de kathedraal van Edsjniadzin gesticht, nu nog het godsdienstige en nationale heiligdom van het Armeensche volk. Daar heeft het ook 28 Mei 1918 de republiek uitgeroepen. Eriwan, de hoofdstad, ligt er in de buurt.

Oonoodig, de moorden, op de Armeniërs gepleegd, in herinnering te brengen. Naar het zeggen der Armeensche delegatie is de bevolking van het voormalig Turksche Armenië gedecimeerd. Daarentegen is men over het vroegere Russische bewind niet ontevreden. Dit heeft een bestuursstelsel ingevoerd, dat de nieuwe regeerders aan hun bedoelingen konden dienstbaar maken. Ook lieten de Russen den Armeniërs een zekere vrijheid. Het lager en middelbaar onderwijs b.v. bleef in handen van Armeniërs. Ook hebben de Armeensche leeraars in het algemeen hun opleiding in Rusland gehad. Eriwan heeft een hoogeschool.

Het Armeensche leger telt zoo wat 25,000 man. Hun soldaten hebben tijdens den oorlog dapper gevochten. De Armeniërs alleen van alle volken uit Klein-Azië en den Kaukasus schaarden zich aan den kant der geallieerden. De Turken hebben hun dat naar men weet ingepeperd. De Armeensche legioenen hebben ook in Oost-Pruisen, Frankrijk en Syrië gestreden. In Armenië zelf verdedigden ze na het heengaan van de Russische troepen acht maanden lang alleen het ontzaglijke Kaukasische front – 580 K.M.! – waardoor de Turksch-Duitsche strijdkrachten anders Turkestan en Perzië hadden kunnen overweldigen. De Armeniërs ook hadden de wacht voor Bakoe betrokken. Liman von Sanders stond tegenover hen. Ludendorf zelf zou gezegd hebben, dat de oorlog anders geloopen zou zijn, indien de Turken en Duitschers zich tijdig hadden kunnen maken van de grondstoffen, te Bakoe opgehoopt. In September 1918 namen de Turken de stad onder aanvoering van Noeri pasja. Deze stichtte er toen de regeering van Tzerbeidzjan. De Turken hebben er echter maar weinig plezier van gehad. De Armeniërs moeten er nu rekening mee houden dat Cilicië in de Fransche, Mesopotamië in de Engelsche sfeer ligt. Over het toekomstige lot van Konstantinopel braken ze zich het hoofd niet. Degenen echter, die ik sprak, legden er den nadruk op, dat de Turken in de ongeveer één millioen bewoners van die stad een minderheid uitmaken en wel van beambten en militairen.

Nog een ander gevaar bedreigt Armenië; het bolsjewisme, van Rusland uit. Mijn zegslieden verzekerden, dat het in Armenië zelf geen wortel zal schieten. Naar men weet heeft de opperste raad onlangs op voorstel van Lloyd George vrijwillig een bres in Clemenceau's "ijzer- en draadversperring" om de sovjet-republiek gehakt. Toch wil hij van het "sanitair cordon" geen afstand doen.

Dus moesten de randstaten tegen het bolsjewisme in staat van tegenweer worden gebracht. Vooral Georgië en Azerbeidzjan komen daartoe in aanmerking, maar ook Armenië loopt eenig gevaar, nu Denikin het deerlijk heeft afgelegd. Men neemt aan, dat de Turksche nationalisten en de Russische bolsjewiki eigenlijk onder één deken liggen: beiden keeren zich tegen het "imperialisme" van Engeland en Frankrijk. Eenige duizenden bolsjewiki hebben in Georgië toevlucht gezocht, waar ze ontevredenheid kweeken of aanstoken.

Ook oeconomisch heeft Armenië het niet gemakkelijk. De Georgiërs zijn meester van de spoorlijn naar Batoem, zoo goed als van het grootste deel van het rollend materiaal. Voor de petroleum, stookstof van zijn locomotieven, is het van Azerbeidzjan afhankelijk. Met vrachtauto's voorziet men in de regelrechte verbinding met de havens van de Zwarte Zee. Op het oogenblik is het plan van een spoorlijn tusschen Batoem en Kara in studie.

Colofon