Nieuwe Rotterdamsche Courant, 16 maart 1921
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De moordenaar van Talaat pasja

BERLIJN, 16 Maart. (Part.) De Armeniër Salomon Teilirian, die gisteren den gewezen groot-vizier Talaat pasja in de Gardenbergstrasse vermoordt heeft, is vanochtend in het huis van bewaring te Charlottenburg verhoord. Hij verklaarde dat hij zijn daad bedreven heeft om wraak te nemen op Talaat pasja voor de bloedige vervolgingen van het Armeensche volk en in het bijzonder voor den moord op zijn ouders.

De gevolgen van de mishandelingen, die de menigte hem gisteren bij zijn aanhouding heeft toegebracht, waren vandaag aan het hoofd en het lichaam van den moordenaar nog duidelijk te bespeuren. Vannacht had hij hooge koorts gehad. Hij ziet er zeer ontdaan uit, doch zijn optreden is beslist en hij beantwoordt alle vragen, die hem, gesteld worden, op den man af. De overheid had gisteravond al een Armeenschen tolk ontboden, omdat Teilirian verklaard had het Duitsch niet voldoende meester te zijn om daarin een verklaring af te leggen, zooals hij dat wenschte. Met hartstochtelijke bewoordingen gaf hij toe den moord bedreven te hebben.

Teilirian is afkomstig uit een klein dorp aan de Perzische grens, waar zijn ouders een kalm bestaan leidden, tot zij op een kwaden nacht op bevel van Talaat, den toenmaligen grootvizier, uit hun huis gesleept en weggevoerd waren. Later vernam hun zoon, dat zij een gruwelijken dood gestorven waren. Hij zweerde toen dezen moord te zullen wreken. Hij heeft de laatste jaren Turkije rondgezworven om Talaat's verblijfplaats te ontdekken. Door een toeval kwam hij erachter waar deze zich ophield. Daar hij geen woord Duitsch sprak en niet over de noodige geldmiddelen beschikte, had het hem grote moeite gekost om Berlijn te bereiken, maar tenslotte is het hem gelukt. Gisterenmiddag sprak hij den grootvizier aan; hij had toen reeds dadelijk de bedoeling hem te doden. Naar men weet is hem dit maar al te wel gelukt.

Colofon