Nieuwe Rotterdamsche Courant, 16 december 1927
Bron: Koninklijke Bibliotheek

In het belang der Armeniërs

Roemenië geeft 1000 pond sterling voor de onderbrenging van Armeniërs in de republiek Erivan – Wie volgt?

Onze correspondent te Genève schrijft d.d. 12 december: Tegen het eind der vorige volkenbondsvergadering, toen de eene resolutie van een harer zes commissies na de andere werd voorgelezen en onder algemeene onverschilligheid, meestal zonder eenige discussie, werd aangenomen, leefde één oogenblik de belangstelling weder op: het was toen Fridtjof Nansen het woord verkregen had, om een beroep op de vertegenwoordigde regeeringen te doen, ten einde het eenige, wat van alle grootsche plannen nog ten bate van het Armeensche volk zou kunnen verricht worden, toch niet ongedaan te laten.

Bij hen, die ook de eerste volkenbondsvergaderingen hadden bijgewoond, kwamen oude herinneringen boven: het pro-Armeensche pleidooi van Henri La Fontaine, voorzitter van het internationale vredesbureau en een der winnaars van den Nobelprijs voor den vrede, wien de Belgische regeering in de eerste twee bestaansjaren van den volkenbond nog gelegenheid schonk de gevoelens der georganiseerde vredesbeweging in de volkenbondsvergadering te vertolken; de steun, dien lord Robert Cecil aan La Fontaine's pleidooi voor een onafhankelijk Armenië schonk; daarna de reeds bescheidener resoluties der volkenbondsvergaderingen, eenige jaren achtereen herhaald, ten gunste van de stichting althans van een nationaal tehuis voor de overgeblevenen van het Armeensche volk. En een ieder scheen het eens met Nansen, toen deze erop wees, dat de Volkenbond, die den Armeniërs zooveel schoons in uitzicht had gesteld aan zijn eer verplicht is althans datgene te verrichten, wat in de tegenwoordige politieke omstandigheden (het prijsgeven van de belangen der Armeniërs door de groote mogendheden tijdens de vredesconferentie met de Turken te Lausanne!) nog mogelijk was: het bijeenbrengen van genoeg geld, om althans eenigen duizenden Armeensche vluchtelingen nog een gemeenschapelijk toevluchtsoord te verzekeren in de Sowjet-republiek Erivan, waar zij blijkens de door Nansen op uitnoodiging van den volkenbondsraad ingestelde onderzoekingen huisvesting en levensonderhoud zouden kunnen vinden, mits slechts de noodige gelden voor daartoe noodzakelijke irrigatiewerken werden bijeengebracht. Een enthousiast applaus van de geheele volkenbondsvergadering scheen een belofte in te houden, dat het laatste beroep van Nansen tot de regeeringen niet geheel onverhoord zou blijven. Een paar dagen later versterkte de volkenbondsraad deze hoop, door het besluit te nemen, alle volkenbondsstaten nogmaals uit te noodigen een bijdrage te geven, teneinde de vestiging der Armeensche vluchtelingen in Erivan mogelijk te maken.

Sinds dien zijn twee-en-een-halve maand verloopen en niemand hoorde van eenig gevolg, dat al die geestdriftige gedelegeerden bij hun regeeringen hadden uitgewerkt. Want men mocht toch wel zeker aannemen, dat zij, thuis komende, den minister van de zedelijke verantwoordelijkheid zouden verteld hebben, die zij door hun bijval op zich genomen hebben?

Eindelijk is gelukkig vandaag de eerste uiting van verantwoordelijkheidsgevoel tot het volkenbondssecretariaat gekomen: de Roemeensche regeering heeft laten weten, dat Roemenië gaarne bereid is een bedrag van 1000 pond sterling voor dit humanitaire volkenbondswerk beschikbaar te stellen. Wie volgt thans? Vooral de regeeringen, die een raadszetel bekleeden, mogen zich nog wel eens herinneren, dat zij het zelf geweest zijn, die alle volkenbondsstaten, dus ook zich zelf, aanbevolen hebben geldmiddelen voor dit doel beschikbaar te stellen.

Colofon