Nieuwe Rotterdamsche Courant, 13 oktober 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De oorlog

De Neue Zürcher Zeitung onleent aan den brief van een ooggetuige uit Salmast de volgende bijzonderheden over de moordpartijen onder de Armeniërs:

"Nadat wij eenige dagen rondgedwaald hadden, kwamen wij eindelijk aan het dorp Pajatsjoek. Bij het binnenkomen van het dorp waren wij verbaasd over de doodelijke stilte, die er heerschte. Men zag slechts honden op straat. Deuren en vensters waren ingeslagen; slechts weinige huizen waren onbeschadigd. De kerk van het dorp was geheel vernield en ontwijd. De turken hebben de klokken en alles wat zij in de huizen vonden, weggenomen. Het was hartverscheurend, die puinhopen te zien. Toen wij het dorp verlieten, om iets over het lot van de bewoners te vernemen, vonden wij slechts lijken, verminkt en met opengereten buik, in gruwelijken toestand langs den weg geworpen. Men zou nooit geloofd hebben, dat menschen zulke gruwelen konden plegen."

"In het dorp Dilliman ontmoetten wij eenige kameraden, die ook moeite deden, om hun familie te zoeken. Zij lieten ons de lijken van kleine kinderen zien, die de Turken gedood hadden. Een groot aantal lijken waren in de waterputten geworpen; anderen was het hoofd afgehouwen of de huid afgestroopt. Men zag de sporen van ongelooflijke wreedheid aan de lijken van jonge meisjes; het is mij onmogelijk, bijzonderheden te vermelden."

"Dit jaar was de oogst zeer overvloedig geweest, en de vreedzame bewoners hadden genoeg, om te leven. Dit alles is vernietigd. De Turksche pasja's lieten de huizen plunderen, om die daarna aan de Turken over te laten. De gastvrije bemiddelde Armeniërs, die altijd voor de behoeftigen gezorgd hadden, waren nu zelven genoodzaakt, om een stuk brood te bedelen, om niet van de honger te moeten sterven, zoodat de heele rijkdom van de Armeniërs, alles wat hun sedert 3000 jaren toebehoorde, volkomen vernietigd is."

Colofon