Nieuwe Rotterdamsche Courant, 12 december 1927
Bron: Koninklijke Bibliotheek

L'exil Arménien

L'exil Arménien, par A. Krafft-Bonnard - Genève, Soc. Gén. d'Impr., 1926.

De nood der Armeniërs is bekend, maar daarom niet minder groot. De heer Krafft-Bonnard, die onder-voorzitter is van de Association Internationale pour la proebe Orient, komt er bij vernieuwing aandacht voor vragen. Hij herinnert aan het verre verleden der Armeniërs, roemvol door een wetenschappelijke en kerkelijke traditie die zich tot heden voortzet, aan hun lijden en vervolgingen tijdens Abdoel Hamid, tijdens den wereldoorlog onder het Jong-Turksche regime, en daarna onder het bewind van Angora.

De voor hun gunstige bepalingen in het vredesverdrag van Sèvres bleven een doode letter, dat van Lausanne offerde de belangen van deze en andere Christengroepen op aan de politiek. Enkele duizenden Armeniërs leven nog onder Turksch bewind zonder politieke rechten, tienduizenden zijn uitgeroeid, andere duizenden zijn in ballingschap. Er is nog een Armeensche Sowjet-Republiek van pl.m. een millioen inwoners, die binnen de ordening van het Sowjet-Regime leven met een maximum van rechten en vrijheden. Maar deze staat is te klein om de ballingen ook nog plaats te geven, tenzij het land door irrigatie- en andere werken voor een grootere bevolking geschikt worde gemaakt; Nansen maakte er een plan voor en vroeg een millioen p. st. aan den Volkenbond, maar zijn pogingen leden schipbreuk.

De Armeniërs zijn nu op "de kerken" aangewezen; met steun, vooral vanuit Amerika (door het Near East Relief) en Zwitserland, worden pogingen gedaan Armeniërs te werk te stellen en de talrijke weezen, vele lijdend aan tuberculose en trachoom, onder dak te brengen in tehuizen. Zulke zijn er in Syrië, bij Beiroet, en te Begnins en Genève, van welke laatste dit geschrift op aantrekkelijke wijze vertelt. Het eindigt met een beroep op nog anderen steun dan alleen uit Amerika en Zwitserland; adres: Compte de chèques postaux: La règle d'or, Genève I. 1729

Colofon