Nieuwe Rotterdamsche Courant, 12 januari 1916
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Armenische kwestie

BERLIJN, 11 Januari. (Wolff.) De Nordeutsche Allgemeine Ztg. teekent bij het antwoord op Liebknecht's interpellatie in den Rijksdag over de Armenische kwestie aan:

Wij wensen bij deze gelegenheid terug te komen op de bewering, in den herfst van het vorig jaar in de Engelsche pers en in het Hoogerhuis geuit, als zouden de Duitsche consulaire ambtenaren in Klein-Azië, en met name consul Rössler te Aleppo, de Turksche regeering hebben aangespoord tot gruweldaden jegens de Armeniërs. Destijds is deze belichting van bevoegde zijde reeds als onwaar gebrandmerkt. Naar wij thans van betrouwbare zijde vernemen, zijn inmiddels een aantal uit eigen beweging geschreven brieven van onzijdige personen uit het consulaire ressort van Aleppo ontvangen, waarin juist aan consul Rössler warme hulde en dank wordt gebracht voor zijn bemoeïngen in het belang der Armeniërs. Voor hen, die niet de toestanden in Syrië, en vooral met den arbeid van onzen consul te Aleppo bekend zijn, zijn stellig deze getuigenissen niet noodig om de verwijten jegens dezen verdienstelijken ambtenaar aanstonds voor onwaar te verklaren.

Colofon