Nieuwsblad van het Noorden, 20 november 1912
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Armenië

Een artikel, dat van Armenische zijde aan het "Berl. Tagebl." werd gezonden, doet zien dat de houding der Armeniërs, van welke er ongeveer anderhalf millioen in de Kleinaziatische provincies leven, op 't oogenblik van veel grooter beteekenis is dan ooit. Het artikel herinnert eraan, dat volgens art. 61 van het verdrag van Berlijn Turkije verplicht was om ook in Armenië hervormingen in te voeren. In plaats van dat te doen, heeft Abdoel Hamid een twintigtal jaren geleden vreeselijke slachtingen over de Armeniërs in Turkije laten aanrichten om hen totaal uit te roeien en daarmee de kwestie van hervormingen voor goed uit de wereld te helpen. Toen Turkije een grondwet kreeg, begonnen de Armeniërs opnieuw te hopen en steunden bij elke gelegenheid de nieuwe regeering op loyale wijze. Wederom werden ze teleurgesteld. En toch vragen ze niet veel: ze verlangen in de eerste plaats dat de rechters en provinciale regeeringsambtenaren benoemd zullen worden uit de verschillende volken die daar wonen in evenredigheid naar hun getalsterkte. Men gelooft namelijk niet meer, dat een ambtenaarswereld, die uit louter Mohammedanen bestaat, onpartijdig kan zijn. Verder verlangen de Armeniërs teruggave van de landerijen, die de Koerden hun ontnomen hebben; bovendien maatregelen om verdere rooverijen te beletten.

De rechten der Armeniërs zijn tot dusver niet geëerbiedigd. Reeds hebben de Armeniërs in Rusland zich tot hun geestelijk hoofd, den katholikos van Etschmiadsin gewend, met verzoek de bescherming van den haar voor hun stamgenooten in Turkije te willen inroepen. Deze houden zich nog rustig en toonen zich bereid de regeering zoo krachtig mogelijk te steunen. Maar zij verwachten ook, dat dezen keer beslist stappen zullen gedaan worden om hun toestand voor goed te verbeteren.

Werden ze nogmaals teleurgesteld, dan zou dat ernstige gevolgen kunnen hebben.

Colofon