De Nieuwe Koerier, 20 april 1909
Bron: Gemeente Archief Roermond

Buitenland

In Turkije wordt de toestand steeds ernstiger, hoewel in Konstantinopel het bloedvergieten heeft opgehouden. De Jong-Turken schijnen terrein te winnen. Hun goedgezinde troepen zijn op weg naar Konstantinopel.

Verschrikkelijke berichten komen uit een ander gedeelte van het groote Turksche rijk, nl. uit Adana, de hoofdstad van het wilajet van dien naam, in Klein-Azië gelegen. Daar heeft zich weer de onbluschbare haat ontketend van den Mohamedaan tegenover de christelijke Armeniërs. Reeds 400 Armeniërs moeten in die stad van 40000 inwoners zijn vermoord. Een gedeelte der stad moet in brand gestoken zijn. Er is geschoten op een trein van de lijn Adana-Mersina. De Duitsche gezant heeft zich tot den grootvizier gewend en deze heeft daarop krachtige maatregelen toegelegd.

Andere berichten zeggen, dat de troepen onmachtig zijn de orde te herstellen. De soldaten zijn zelven aan het plunderen geslagen.

Ook in andere steden werd gemoord en brand gesticht. De stad Tarsus is bijna geheel vernield. De boeren dalen uit de bergen af om de Armeniërs te vermoorden. Twee missionarissen zijn gedood. Verschillend mogendheden zenden oorlogschepen naar die streek.

Voor de christenen blijft het Turksche rijk steeds een onherbergzaam oord. Toen men ook in dat land een nieuwen toestand kreeg door de invoering eener grondwet, hoopten de christenen door de partij der Jong-Turken grootere vrijheid te zullen verkrijgen. Die hoop is echter niet vervuld. De missionaris P. de Cuyper, vicaris generaal van Brousse in Klein-Azië, weet daarvan te vertellen.

Men heeft hier in den laatsten tijd veel van vrijheid gesproken, schrijft hij, en toch kunnen wij ieder oogenblik in de gevangenis geworpen en vermoord worden. In menig gewest begon reeds de nieuwe vervolging, te Viran en elders waren de slachtoffers menigvuldig

Nu heeft men, zoo vervolgt de vicaris in Turkije een Kamer van volksvertegenwoordigers bijeen geroepen. Die zou ons nu de zoo lang verwachte vrijheid brengen. Nu weet ge ook, wie in die Kamer gekozen zijn? De meesten zijn Hodja, Nufti, Molah, Iman enz. M.a.w. de geheele Mohamedaansche geestelijkheid, die zeer op de katholieken gebeten is.

Wij zullen, zoo besluit de vicaris, nu verder moeten afwachten of de Turksche grondwet die van vrijheid spreekt geëerbiedigd wordt.

Met 't oog op 't bekende fanatisme der vertegenwoordigers van den Mohamedaanschen godsdienst, welk fanatisme, ook met de grondwet in handen, in staat blijkt tot de gruwelijkste slachtingen onder de christenen, is echter de hoop op een betere toekomst zeer gering.

Colofon