Maas- en Roerbode, 24 juni 1893
Bron: Gemeente Archief Roermond

Het Oosten

Een nieuw Engelsch-Turksch incident.

– De rechtbank van Angora in Aziatisch-Turkije heeft dezer dagen 17 Armeniërs ter dood en een groot aantal andere tot gevangenisstraffen veroordeeld, wegens ongeregeldheden, in Febr. II. te Marsiwan voorgevallen. Op de muren van het protestantsche seminarie of college aldaar, door Amerikaansche zendelingen gesticht, waren plakkaten verschenen, waarin de Muzelmannen niet enkel proselytenmakery zagen, maar ook een beschimping van hun godsdienst en een daad van oproer tegen de wetten des Lands. Weldra kwam het tot hevige kloppartijen tusschen Christenen en Mohammedanen, en ten gevolge daarvan werden een menigte personen in arrest genomen, o.a. ook twee professoren van genoemd college: de heeren Kayayan en Thumaian, welke laatste, ofschoon een Armeniër, zijn theologische studiën in Zwitserland en Duitschland gemaakt heeft en te Lausanne gehuwd is met een dochter van den predikant Rossier de Visme aldaar. Beide professoren ontkennen alle medewerking in het redigeeren van de gewraakte plakkaten en beweren dat hun handteekeningen daaronder geplaatst waren buiten hun weten en misschien wel door Muzelmannen zelven. Dit belet echter niet, dat zij en nog 15 andere Armeniërs ter dood zijn veroordeeld en wel eerstdaags hun hoofd zullen verliezen. – Alle hoop op de tusschenkomst der Vereenigde Staten van Noord-Amerika is ijdel gebleken. Al was het college door Amerikanen gesticht, de Yankees houden niet van interventie in Europa, daar zij zelven ze volgens de leer van Monroe niet zouden dulden in Amerika, en bovendien vinden zij de wijze van optreden dezer professoren van Marsiwan in een geheel Mohammedaansche streek onverdedigbaar.

Niet aldus echter oordeelt men in Engeland, waar de liberalen, die indertijd, met Gladstone aan het hoofd, zulk een geweldig misbaar aanhieven over de mishandeling van Bulgaarsche christenen in Turkije en Rusland tot den zoogenaamde bevrijdingsoorlog van 1877 dreven, en thans wederom van Gladstone Engelands interventie ten behoeve der Armenische christenen inroepen. Zoowel in het Lagerhuis als daarbuiten wordt steeds luider aangedrongen op onverwijlde diplomatieke stappen te Constantinopel, deels krachtens het algemeene recht der menschlievendheid, deels krachtens art. 61 van het Berlijnsche Tractaat, volgens hetwelk de Porte gehouden is tot invoering van gewichtige hervormingen in Armenië, vooral ook op het gebied der godsdienstige "verdraagzaamheid", doch welk artikel tot dusver een doode letter is gebleven. Men rekent daarbij op de persoonlijke goedhartigheid van Sultan Abd-oel-Hamid, maar... misschien is het reeds te laat want het gaat met Oostersche terechtstellingen soms heel vlug. Gladstone heeft nog geen besluit genomen, en sommigen meenen, dat hij in vereeniging met Duitschland wil optreden ten einde aan zijn eisch meer kracht bij te zetten.

Colofon