Maas- en Roerbode, 1 februari 1896
Bron: Gemeente Archief Roermond

Gruwelen in Armenië

Om onze lezers aan te toonen dat de berichten omtrent de wreedheden in Armenië gepleegd, niet van overdrijving te beschuldigen zijn, geven wij hier eene aanhaling uit het schrijven van 't weekblad Les Missions Cathóliques (de Katholieke Missies) en van een Oostersche Missionnaris, zooals wij die in de Tijd afgedrukt vinden. Hieruit blijkt dat niet alleen de schismatieke maar ook de Katholieke Armeniërs vallen als slachtoffers der Turksche wreedheid.

Ziehier wat te Erzeroem, de voornaamste stad in Turksch Armenië, voorviel op 30 October van het afgeloopen jaar.

"Men weet dat de stammen der Koerden slechts in naam aan het Turksche Goevernement onderworpen zijn. Van het begin der beweging af had de zucht tot plunderen deze stammen aangelokt. Het is thans uitgemaakt, dat de geregelde troepen terstond met hen gemeene zaak maakten. Dit feit wordt in de brieven van verscheiden ooggetuigen bevestigd."

"Den 30 October was het garnizoen van Erzeroem, ter sterkte van ongeveer 5000 man, in de bazaars en de Armenische wijken verdeeld, terwijl bijzondere maatregelen genomen waren voor de bescherming van de Grieken en van de vreemdelingen. Omstreeks den middag werd een signaal gegeven. Onmiddellijk daarop hoorde men door de gansche stad onafgebroken geweerschoten. In minder dan drie uren werden de kantoren, de winkels en groote magazijnen aan Gregorianen en Katholieken toebehoorende, volslagen vernield. De kooplieden en hun bedienden werden op de plaats-zelve vermoord; degenen die trachtten te vluchten, bezweken weldra aan de vreeselijke wonden, hun door de aanvallers toegebracht. In de huizen hadden nog afschuwlijker tooneelen plaats. Daar, gelijk ook in de Tchaigi (bazaars), ging het moorden aan de plundering vooraf. Honderden hoofden vielen er onder den ijatagan. De tranen en weeklachten van de arme kinderen, moeders en jonge meisjes waren niet in staat het hart der barbaren te treffen."

"De tafreelen welke daar aanschouwd werden, zijn van dien aard, dat de pen weigert ze te beschrijven. Tegen den avond hield het moorden op, doch het plunderen duurde den ganschen nacht voort."

"Den 31 October geleek de groote stad Erzeroem op een slagveld na den strijd. Het was er zelfs nog akeliger, daar zich aan het gekerm der gewonden en het gekerm der stervenden de hartverscheurende klachten der overlevende paarden."

"De overheid, onder wier oogen dit alles had plaats gehad, liet de lijken op karren der gemeente laden. Op aandringen van de consuls werden zij later aan de familiën teruggegeven, om overeenkomstig de gebruiken van hun godsdienst begraven te worden. Het was evenwel niet mogelijk, dit voor elk lijk afzonderlijk te doen. De eerste begrafenis was er eene en masse. Er was een groote kuil gegraven, waarin vijf honderd tachtig misvormde en onherkenbare lijken werden neergelaten. Een arme priester las bevende en snikkende over deze allen de gebeden voor de overledenen."

"De consuls van Frankrijk, Engeland en Italië, diep bedroefd, dat zij niet in staat waren geweest de slachting te voorkomen, doorkruisten de straten, om de gewonden op te zoeken en ze naar een geïmproviseerd hospitaal en de Armenische school te doen vervoeren, waar katholieke Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis met Broeders van de christelijke scholen wedijverden in het verplegen der ongelukkigen. Men schat het getal gewonden, welke in het hospitaal werden opgenomen, op tachtig; veel anderen bezweken vóór zij vervoerd konden worden. De toewijding der katholieke kloosterlingen heeft op de Gregorianen een uitmuntenden indruk gemaakt."

"Thans een blik op de overige Armenische plaatsen van het hoogland van Erzeroem. Meer dan zes-en-veertig dorpen van het district zijn door de Koerden en Saziërs geplunderd en in brand gestoken."

"De communicatie is in het geheele vilayet (provincie) gestremd. De wegen zijn met lijken bezaaid. In veel dorpen, met name te Ardzeti (drie mijlen van Erzeroem), te Mola Suleiman, te Yeritzoe (district Maschgoend) zijn de kerken ontheiligd, de schilderijen verscheurd, de kruisen verbrijzeld, de heilige vaten gestolen, de priesters zonder mededoogen vermoord. Te Rabad (distrikt Tortoem) hebben de Koerden, niet tevreden de kerk te vernielen, die vóór eenige jaren door wijlen Mgr Melkissedekian gebouwd werd, de pastorie met buskruit ten deele in de lucht doen springen, om haar gedurende den winter onbewoonbaar te maken."

"Overal hebben de booswichten zich meester gemaakt van de provisiën der arme boeren, welke zij, bij de hevige winterkoude, onder den blooten hemel hebben achtergelaten. Voorts hebben de roovers het vee medegevoerd. In de meeste dorpen nu bestaat de woning der boeren uit een enkel vertrek, ten deele onder den grond, ruim genoeg om met het gezin ook het vee te herbergen, welks natuurlijke warmte de menschelijke bewoners tegen bevriezen beveiligt."

"Te Mama-Khatoe, een dorp uitsluitend door Gregorianen bewoond, heeft de helft der inwoners den Islam omhelsd; de andere helft, die aan het geloof van Christus getrouw bleef, is vermoord. Te Tridjan is het geheele dorp afvallig geworden, om aan het moordend zwaard te ontkomen. In de Armenische dorpen in den omtrek van Baybaert hebben het zwaard en het vuur geen enkelen inwoner levend achtergelaten."

"De berichten omtrent de moorden van Araphgir zijn thans ontvangen. Van de 2500 door Armeniërs bewoonde huizen zijn er nauwelijks 200 overgebleven, welke hun behoud alleen danken aan de omstandigheid, dat zij in de onmiddellijke nabijheid lagen van woningen van Turksche overheidspersonen; al de andere huizen zijn geplunderd en verbrand. Meer dan 2800 Armeniërs zijn gedood; het getal gewonden heeft men nog niet kunnen begrooten. Onder de woningen, welke de vlammen geheel vernield hebben, waren die van negentig katholieke familiën. De dorpen in den omtrek zijn geheel verwoest en uitgemoord. Een groot getal vrouwen, jonge meisjes en kinderen zijn verdwenen. Na al deze gruwelen hebben de autoriteiten te Araphgis zich niet geschaamd van den katholieken pastoor met geweld de onderteekening af te dwingen van een telegram, waarbij al het gepleegde kwaad op rekening werd gesteld van de Armeniërs. In het algemeen zal men wel doen, geen geloof te hechten aan dergelijke voor de Turken gunstig gekleurde telegrammen, die uit het binnenland komen en niet alleen door de Turksche pers, doch ook door sommige Europeesche bladen verspreid worden. Voor het grootste gedeelte zijn zij valsch en afgedwongen."

Aan een particulier schrijven ontleenen wij: "De pastoor van Hussi Mangoer is vermoord, omdat hij niet tot het Mohammedanisme wilde overgaan. Verscheiden van zijn Armenische parochianen hebben tegelijk met hem den marteldood ondergaan. De pastoor heette Johannes Koulaksigian en was 38 jaar oud. Mgr. Lenkorkoronni, Armenisch katholiek Aartsbisschop van Malathan, heeft 70 van zijn geloovigen zien vermoorden, zijn kerk, zijn woning, zijn twee scholen en het klooster der Armenische Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis zien verbranden."

Colofon