Middelburgsche Courant, 6 juni 1899
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Zenuwachtige menschen

De conferentie, die thans op het Huis Ten Bosch wordt gehouden, moge op het groote wereldtooneel den vrede willen verschaffen – op menig ander gebied brengt zij onrust en dis-harmonie te weeg.

Zoo ook, en niet het minst, aan ons departement van Buitenlandsche zaken.

Wat gebeurd is, in verband met het niet-uitnoodigen der Zuid-Afrikaansche republieken, met onzen gezant te St Petersburg ligt velen zeker nog versch in 't geheugen.

Het is een leerzaam stukje voor de diplomatie, om toch vooral zich niet te wagen buiten haar terrein en niet in couranten te schrijven.

En dan heeft "Buitenlandsche zaken" nog heel wat te stellen met onze vreemde gasten, om te waken dat zij zich niet ergeren, en dingen hooren welke hun souvereinen niet welgevallig kunnen zgn.

Meetings, waarop in 't algemeen tegen de conferentie wordt geaposteld, zijn zoo erg niet. Daarop verneemt men slechts algemeene uitingen, die geen der gedelegeerden zich behoeft aan te trekken.

Maar bijzondere kwesties, waarbij het beleid van een bepaald souverein betrokken is, die zijn gevaarlijker.

Zoo heeft men nu het gebeurde met den Armeniër Minas Tchéraz, professor aan het Engelsche Kings college.

Dat maakt den toestand moeilijk. Zoo iemand denkt in het vrije Nederland zich vrij te kunnen uiten, vooral waar hij zich binnen de perken wil houden.

Maar dat gaat zoo gemakkelijk niet.

In Den Haag zijn hem, zooals men weet, vriendschappelijke wenken gegeven; maar toch zal hij daar optreden; en hetzelfde zal hij doen te Amsterdam, dank zij den heeren Kuyper en Lieftinck.

Curieus is echter wat hem aan het departement van buitenlandsche zaken wedervoer. Dit vertelt ons een medewerker van het Hbld, die hem interviewde en op wien de professor allerminst den indruk maakte van een gevaarlijken revolutionnair.

Minas-Tchéraz heeft trouwens in Noord-Amerika, Engeland, België en Frankrijk ongehinderd getuigenis kunnen afleggen van het lijden van zijn volk. Des te zonderlinger is daarom hetgeen hij in dien interview mededeelt van zijne ervaringen aan dat departement.

Na gezegd te hebben, dat natuurlijk "officieel geloochend" zou worden, dat zijne voordracht door de politie verhinderd werd op een wenk van hooger hand, ging hij, volgens den berichtgever van genoemd blad, aldus voort:

"Maar in werkelijkheid zit de Sultan, en middels uw Minister er achter. De invloed van Abdul Hamid is niet gering. Ik zal u echter in hoofdzaak mededeelen wat mij Woensdag jl. overkomen is, en dan kunt u zelf daaruit wel uwe gevolgtrekkingen maken. Toen ik Dinsdag vernam, dat de politie mijn lezing in het lokaal op de Princessegracht minder wenschelijk achtte, en deze daarom niet doorging, besloot ik naar uwen Minister van Buitenlandsche zaken te gaan. Ik begreep er, eerlijk gezegd, niets van. De Minister Hanotaux, ook wel genaamd Hanotaux-pacha vanwege zijn groote vriendschap voor den Sultan, had tegen mijn lezingen nimmer bezwaar gehad. En nu wordt mij dit hier, zoo niet absoluut verboden, dan toch zeer bezwarend gemaakt. In Holland waar een groote staatkundige vrijheid heerscht. Kort en goed, ik ging naar het Buitenhof, maar vernam aldaar, dat Z. Exc. er niet was, en ik den volgenden dag, Woensdag, moest terugkomen. Dit deed ik ook. Eerst 's morgens, daarna 's middags vervoegde ik mij aan het departement, maar de deuren bleven voor mij gesloten. Bij mijn laatste derde poging, om een onderhoud te verkrijgen, zeide de bode mij, dat Z. Exc. niet op het bureau was. Zijn vorige, eensluidende verklaringen had ik voor zoete koek geslikt, maar nu werd het mij te bar. Ik zeide hem, dat Z. Exc. er wel was, dat ik hem persoonlijk had zien binnenkomen. En toen bleek nog welk een groot diplomatiek talent in dezen man stak. Vergeet niet, dit in uw verslag van ons onderhoud op te nemen. Tot dusverre had de man mij in uitstekend Fransch te woord gestaan, maar na mijn stellige verzekering, dat Z. Exc, zich wel in het gebouw bevond, had zijn kennis van het Fransch hem eensklaps begeven. "Ik spreek alleen Hollandsch," zeide hij mij op al mijn verdere vragen. Ik kreeg er geen woord meer uit. Is dat niet geniaal? Bij mijn omgaand bezoek had ik nog de geslepenheid gehad te vernemen, dat, behalve den minister, die met iemand sprak, en den chef van het kabinet, die ook belet gaf, en de bode benevens mijn persoon er niemand op het departement was, die mij uitsluitsel kon geven. Ik waagde de opmerking, dat er toch altijd iemand met de afdoening van de loopende zaken is belast, maar dit schijnt hier niet het geval te zijn. Nu heb ik de overtuiging, dat men mij liever niet te woord staat, en ik nog wel tweemaal zou kunnen aankloppen, zonder gehoor te ontvangen. Daarom zal ik mijn gangen naar het departement maar staken. A quoi bon? Officieel, officieus of hoe u het ook heeten wil, kan de inmenging van hooger hand worden geloochend, maar dat Turkhan Pacha op last van den Sultan tegen mijn aanwezigheid alhier, en tegen het houden van mijn lezing geprotesteerd heeft, kunt u voor zeker aannemen."

Men schijnt tegenwoordig aan ons ministerie van Buitenlandsche zaken erg zenuwachtig te zijn.

De hooge eer der conferentie – schijnbaar wel wat zwaar te torsen; de beslommeringen om al die autoriteiten hier te believen en het hun aangenaam te maken; doet menigeen nerveus en daardoor onhandig zijn.

Wij begrijpen wel eenigszins dat, vooral met het oog op de Mohammedaansche bewegingen in ons Oost-Indië, het zaak is den sultan niet te ontstemmen maar liever vriendschappelijk en meegaande te doen zijn, edoch men kan alles overdrijven.

Pas heeft dr Schaepman in Parijs zulk eene welsprekende lofrede gehouden op Nederland, het land der vrijheid bij uitnemendheid. Wij loopen nu kans te ondervinden, dat het gevaarlijk is te veel geprezen te worden.

De eer was voor ons te groot.

Is er niemand die de ambtenaren aan "Buitenlandsche zaken" kalmeert en tot het besef brengt, dat de vrijheid van spreken in ons land een te kostbaar kleinood is om het, zelfs ten behoeve van een sultan, te verspelen ?

De minister zelf zou alvast kunnen beginnen de heeren tot hun plicht te roepen!!

Colofon