Middelburgsche Courant, 3 juni 1899
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Een apostel voor Armenië

Prof. Minas Tchéraz zal toch in Den Haag zijne conferentie over Armenië houden. Altijd als de politie hem niet weer een wenk geeft. Hij heeft haar tenminste de gebruikelijke vergunning doen vragen voor het houden van een "publieke vermakelijkheid", een conferentie over "Armenië" met lichtbeelden.

De heer Tchéraz is bereid ook elders in den lande, geheel kosteloos, die voordracht te houden.

Er is in de pers nog een brief van den bewusten Armenischen professor gepubliceerd, die betrekking heeft, niet op de voordracht maar op de Vredes-conferentie. De heer Minas Tchéraz had opdracht van een reeks Armenische koloniën de tusschenkomst der conferentie, ten bate der Armeniërs, te vragen, maar hij heeft ten antwoord ontvangen dat alle politieke kwesties van de conferentie waren uitgesloten en hij dus geen antwoord kon krijgen. In een nader schrijven van den professor wordt gewezen op de ellende, die over de Armeniërs is uitgestort geworden, en op het feit dat een oud-Christenvolk aan onduldbare onderdrukking is overgelaten. "Armenië, slachtoffer van de zelfzucht der Europeesche diplomatie," aldus eindigt de professor, "zal intusschen aldoor de stem verheffen om haar hare beloften te herinneren: als de weduwe in de gelijkenis, zal het niet ophouden zijn rechter moeilijk te vallen tot het recht verkrijgt."

Colofon