Leidsche Courant, 7 juni 1880
Bron: Regionaal Archief Leiden

Turkije

Omtrent den toestand van Armenië blijven de berigten treurig. Niets of althans zeer weinig, schrijft men, is gedaan tot bescherming van het leven en den eigendom der bevolking van dit ongelukkige deel van het Turksche rijk. De Circassiërs en de Kurden gaan voort met stelen en plunderen, en de overheid doet weinig tot niets om dit te verhinderen. De Kurdische beys, door Abeddin-pacha in ballingschap naar Aleppo gezonden, komen langzamerhand terug en wreken zich op de boeren, die zich over hunne afpersingen beklaagd hadden. Volgens een telegram uit Kazan heeft een dezer aanvoerders, aan het hoofd van een groot aantal zijner ondergeschikten, twee Armenische dorpen bij die stad aangevallen en eenige Armeniërs gedood. De bevolking der naburige dorpen, reeds zoo wreed door hongersnood geteisterd, verkeert in onbeschrijfelijken angst en verzoekt der overheid te vergeefs haar te beschermen, maar zij heeft geen genoegzaam aantal troepen om de orde te handhaven. De weinige politie-agenten, waarover zij beschikken kan, zijn slecht gewapend en worden ongeregeld betaald.

Colofon