Leidsch Dagblad, 17 april 1895
Bron: Regionaal Archief Leiden

Armenië

Drie ooggetuigen der in Sassoen gepleegde gruwelen, een landbezitter, zijne vrouw en een vriend, zijn uit Armenië ontsnapt en te londen aangekomen. Zij werden Vrijdag ontvangen door het Armenische comité, dat hun beëedigde verklaringen ontving en besloot, die aan lord Kimberley en de vertegenwoordigers der groote mogendheden te Londen mede te deelen. De vluchtelingen hebben alles verloren, wat zij bezaten; het eenig kind der twee eersten werd voor de oogen der moeder door een Turksch soldaat gedood.

Behalve deze drie, zijn nog andere Armeniërs aangekomen, die eerdaags op de groote vergadering in St.-James Hall zullen worden gehoord. Onder hen is eene vrouw, die als door een wonder aan den dood is ontkomen. Zij had geld bij zich en toen de Turksche soldaten haar inhaalden, ontviel het haar. Terwijl de soldaten er om streden, vluchtte zij in het kreupelhout.

Intusschen heeft de Engelsche ambassadeur eene audiëntie gehad bij den sultan en van hem de verzekering ontvangen, dat eene Turksche commissie met een pacha aan het hoofd zal worden benoemd, om hervormingen voor Armenië voor te bereiden.

Gladstone heeft het Armenische comité gewaarschuwd, geen geloof te slaan aan Turksche beloften van hervormingen.

In den laatsen tijd had de Porte gepoogd, den Engelschen ambassadeur te Konstantinopel te bewegen, sommige correspondenten van Londensche bladen uit Klein-Azië terug te roepen. De ambassadeur had natuurlijk geantwoord dat hij daartoe de macht niet had.

Colofon