Leeuwarder Courant, 7 juni 1909
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland

Buitenlandsch overzicht

Er is altijd onzekerheid blijven bestaan over de oorzaken van de moorden in Klein-Azië. Men heeft zelfs den onttroonden sultan Abdoel Hamid als den aanstoker genoemd, ten einde zijn wankelenden troon te redden. Maar deze bewering kon zelfs na een vluchtig ingesteld onderzoek niet worden gehandhaafd. Wat dan wel de oorzaken van de moorden op de Armeniërs geweest mogen zijn? In een uitvoerig artikel in het Berl. Tageblatt geeft een bijzondere correspondent te Mersina antwoord op deze vraag.

Er zijn drie oorzaken te noemen die te zamen de gruwelijke moorden voortbrachten. Zij zijn:
1. het onvoorzichtig optreden der Armeniërs, die door de leiders der revolutionaire propaganda zijn opgehitst, 2. de onverwachtsche uitdaging van het juist ontwaakte nationaliteitsgevoel der Turken door de inlijving van Bosnië en Herzegowina en 3. de werkzaamheid der Islamitische zendelingen, die met nauwkeurige kennis van de heerschende stemming werkzaam waren en handig gebruik wisten te maken van de in de vorige twee punten genoemde factoren. Deze zendelingen werkten of met medeweten van den gewezen sultan of – wat waarschijnlijker is – op gezag van den beruchten lzzet Pacha, een geboren Syriër.

Reeds vroeger heeft de correspondent er op gewezen hoe het einddoel van het Armeensche revolutionaire comité was de losscheuring der drie oostelijke vilajets van het Ottomaansche rijk, Wan, Bitlis en Erzeroem en hun onafhankelijk-verklaring als een vereenigd Armenië. Zoo noodig zou dit plan met wapengeweld worden verwezenlijkt. De propaganda sloeg ook in het zoogenaamde Klein- Armenië over, in het vilajet Adana en aangrenzende streken. Door de zendboden opgehitst, zijn de Armeniërs vooral in Adana niet alleen tegenover hun Turksche medeburgers maar ook tegenover de Turksche overheid, van den wali tot op den gemeenen saptieh, uitdagend opgetreden. Zij hebben zich niet vergenoegd met op hun staatkundige en burgerlijke gelijkstelling aan te dringen, maar zij beroemden zich op hun godsdienstige en verstandelijke meerderheid. Zij organiseerden optochten, zongen spotliederen op Abdoel Hamid (waaraan de Jong-Turken zich wel is waar ook schuldig maakten), vielen in hun kranten de regeering en het parlement aan en stichtten zich zelfs tuighuizen met de laconieke verklaring: wij zijn thans vrij en kunnen evengoed wapens dragen als de Turken. Dit wat punt één betreft.

De correspondent behandelt daarop het volgende punt. De inlijving der beide bezette provincies leidde, zooals bekend is, tot den boycot. De nieuwe regeering die als beschermster der individueele vrijheid optrad, vond geen aanleiding daartegen op te treden. Dat zou haar alleen de wankelende sympathieën der menigte hebben doen verliezen. Des te noodzakelijker zou het nu geweest zijn dat Oostenrijk zich met de grootste kracht tegen den boycot bad gekeerd en van den eersten dag af had verklaard, dat het hem niet zou dulden. In plaats daarvan wekte hij het door zijn inschikkelijkheid in de ziel van het Ottomaansche volk dit gevoel. Thans waagt Europa het niet meer Turkije zijn wil op te leggen. Thans eerbiedigt het zelfs den Turkschen volkswil. En uit dit gevoel is weer de gedachte voortgekomen, dat Europa zich in het geheel niet met de binnenlandsche aangelegenheden van het Turksche rijk heeft in te laten. Die gedachte is openlijk uitgesproken en tegen zendelingen en consuls is gezegd: Wanneer zendt gij uw oorlogsschepen hier heen? Die maken thans niet meer indruk op ons dan pleziervaartuigen. Tot een industrieel werd gezegd: Wij hebben tot dusver slechts Armeniërs doodgeslagen, omdat zij landverraders zijn, wanneer gij echter, die slechts onze gasten zijt, voortgaat gaat ons verder uit te buiten zooals nu, dan zullen wij u ook als landverraders beschouwen. Past op, de tooverkring, die u Europeanen vroeger omgaf, beslaat niet meer voor ons! Tot de ingenieurs, werkzaam aan den aanleg van den Bagdad-spoorweg is iets dergelijks gezegd en daaraan werd toegevoegd: Wij willen den Duitschen spoorweg niet, want gij zijt vrienden van Oostenrijk. Verlaat ons, dat is het beste of wij zullen u, zoo noodig, wel weten te vinden.

Daar er geen Oostenrijksche zaken in Adana zijn, richtte heel de volkswoede zich tegen de Duitsche.

Ten slotte het derde punt. De zendelingen van Izzet Pacha hadden er slag van de staatkundige en economische vijandschap met godsdienstige elementen te vermengen. Zij wekten bij de bevolking het geloof op dat de Armeniërs in bondgenootschap met de Europeanen er naar streefden deze landstreek aan het Turksche rijk te ontrukken en ze onafhankelijk te maken of ze aan de Duitschers in handen te spelen. Inderdaad werd in Syrië door de christelijk nationale partij meer of minder openlijk propaganda gemaakt voor de losscheuring van deze streek of haar aansluiting bij Frankrijk. Daar kan het uitbreken van vijandelijkheden tusschen de beide groepen ook slechts een quaestie van tijd zijn.

Izzet Pacha's plannen zijn nog niet geheel gereed; misschien droomt hij wel van een Arabiach kalifaat. Even eergierig als listig, kan hij zijn val niet vergeten en streeft hij naar vergoeding op een of andere wijze. Het nieuwe regeeringsstelsel in discrediet te brengen en den weg tot het sultanaat of kalifaat te banen voor een prins uit het huis Osman kan alleen geschieden door onlusten, opstanden en moordpartijen te veroorzaken.

Ik heb goeden grond om aan te nemen, besluit de correspondent, dat lzzet niet in opdracht of ten gunste van Abdoel Hamid heeft gehandeld, want met zijn scherp instinct voelt hij wel, dat deze zoowel in Europa als in het Turksche rijk al te zeer in ongenade is. Aan den anderen kant kan ik ook niet inzien, welk voordeel de gewezen sultan zich van de moorden op de Armeniërs had kunnen voorstellen. Daardoor zou hij tegenover de mogendheden nog meer schuldig staan. En indien hij al de intellectueele aanstichter zou zijn, dan is het onbegrijpelijk waarom ook niet in het Noorden of juist in het Noorden het moorden zou hebben plaats gehad.

De beweging in het vilajet Adana is derhalve slechts met den val van Abdoel Hamid samengetroffen, maar staat er nauwelijks in oorzakelijken samenhang mee.

Colofon