Leeuwarder Courant, 4 augustus 1899
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland

Armeensche toestanden

De Tagliche Rundschau bevat een brief van dr Paul Rohrbach, secretaris-generaal van de Evangelisch-Sociale Congregatie te Berlijn, welke gedateerd is van 8 Sept. 1898 en in het Armeensch klooster Surp Karapet geschreven.

Eenige van de indrukken, door dezen geleerde bij zijne expeditie door Klein-Azië ontvangen, worden hier medegedeeld.

"Na een rit van vier uren (van uit Moesj) maakten wij even halt om wat te verfrisschen onder de hooge populieren bij een Armeensch dorp. Ook dit dorp was geplunderd; toch vertoonde het nog de sporen van vroegere welvaart. Het land is zoo vruchtbaar dat de menschen hier trots alle mogelijke kwellingen reeds in het derde jaar na den vreeselijken moord er weder wat bovenop komen. Sedert we ons in het vilajet Bitlis bevinden, zien we bijna in alle Armeensche dorpen een aantal Turksche soldaten in kwartier liggen, die het recht hebben van de inwoners alles te eischen wat ze noodig hebben. En waar een dorp – zooals tegenwoordig meermalen voorkomt komt – slechts tien á twaalf gezinnen telt of heeft overgehouden, daar is dit ontzettend drukkend."

"Doch de soldaten nemen niet alleen eten en drinken, ze schijnen ook de jonge vrouwen en meisjes als hun eigendom te beschouwen – ja soms worden deze ongelukkigen weggesleept en verkocht. Wil zich er een verzetten of protesteeren, dan wordt het antwoord met een geweerkolf gegeven."

"Terwijl we nuttigden van den vooraad, dien we uit Moesj hadden meegenomen, verzamelde zich natuurlijk een groot aantal menschen om ons heen, die ons stonden aan te staren. Madat (de gids, een inboorling) die veel met deze menschen sprak, wees ons een man aan, wiens jonge vrouw onlangs door de Turken was weggenomen. Hij wist waar ze werd gevangen gehouden, maar zag geen kans haar terug te krijgen. Madat heeft ons dikwijls verteld dat de Armeniërs er naar rijkhalzen al hun klachten kenbaar te maken, maar dat ze het niet durven uit vrees voor de soldaten."

"Onlangs vernamen we, dat de regeering den bewoners ven een dorp een verklaring had afgeperst, dat zij gelukkig waren en met hun toestand volkomen tevreden en dat ze den sultan en zijn ambtenaren dankbaar waren voor hun vaderlijke regeering. Hoeveel van hetgeen jaren lang in Europa over de Armeensche toestanden standen is bekend gemaakt, berustte misschien niet op dergeijke afgedwongen documenten."

Colofon