Terug naar vorige pagina
Leeuwarder Courant, 30 oktober 1895
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland
De gruwelen te Trebizonde
Een Keulenaar, die zich te Trebizonde aan
boord van de Venus, een der booten van de
Oostenrijksche Lloyd, bevond, deelt aan de
Köln. Ztg. uitvoerige bijzonderheden mede
over de vervolging der Armeniërs. Aan dezen
brief, gedateerd 8 October, ontleenen wij het
volgende:
De Venus was des morgens om 7 uur dioht bij
Trebizonde voor anker gaan liggen. Nadat de
Turksche passagiers aan land waren gegaan, hoorde
men eensklaps in de richting der stad een geweerschot,
spoedig door meerdere gevolgd. De
geheele stad verkeerde in groote opgewondenheid,
alles liep dooreen; er was nauwelijks een minuut
verloopen toen wij een Armeniër ijlings naar den
oever zagen vluchten, maar door een kogel getroffen
zonk hij voor mijne oogen neder. De soldaten
rukten aan, en trokken, met het geweer
gereed om te schieten, door de straten. Dichtbij den gevallen Armeniër wierp men een andere
in zee om hem te verdrinken, maar het water
was niet diep genoeg; hij stak er met zijn hoofd
boven uit. Toen begon men den ongelukkige te
steenigen; een worp trof hem aan het hoofd, zoodat
hij nederzonk; maar spoedig kwam hij weer
boven en werd opnieuw met een hagelbui van
steenen begroet. Daar dit wat lang duurde, ging
een Turk in een bootje naar den Armeniër en
sloeg hem den schedel in.
De opgewondenheid in de stad werd met de
minuut grooter. Van de vesting vuurden de soldaten
onophoudelijk, de ruiterij bewaakte de
straten. Weer had men een Armeniër aan den
oever te pakken; tien of twaalf bootslieden sloegen
met riemen op hem los, totdat hij dood
ineenzonk. Een oogenblik later stiet een boot
met drie Armenische vluchtelingen van den wal,
onmiddellijk gevolgd door de Turken, en nu begon
een roeien op leven en dood. Nauwelijks
100 meter van ons af ligt een Russische stoomboot;
daarheen roeiden de vluchtelingen, en toen
zij in de nabijheid kwamen, gaven de Turken de
vervolging op. Maar nu gebeurde het ergste:
wreed en onmenschelijk wierp men de Armeniërs
van de scheepstrap af. Toen de Turken dit zagen,
snelden zij met vernieuwde woede op de Armeniërs
los en sloegen hen dood. Vol ontzetting
moest ik mij afwenden, maar door een nieuw
schouwspel werd ik getroffen. Een Turk en een
Armeniër bezaten gemeenschappelijk een bootje
en hadden tot heden hun geld te zamen verdiend;
daar komt een ander bootje met twee Turken;
dezen grijpen den Armeniër, werpen hem in het
water en houden hem zoo lang onder totdat bij
verdronken is. Kalm, alsof er niets gebeurd was
roeiden de beide Turken naar den oever, en ook
de Turk, die tot nu toe gezamenlijk met den Armeniër
zijn brood had verdiend en het geheele voorval
rustig had aangezien, roeide kalmpjes weg.
Aan den oostelijken oever viel een Armeniër,
door een kogel getroffen, maar hij stond weer op
en strompelde verder. Toen eenige Turken dit
zagen, gingen zij om hem heen staan en wierpen
hem met steenen, zoodra hij zich verroerde.
Dit duurde een half uur, toen sloeg een Turk den
ongelukkige met een grooten steen den schedel in.
Ik moest dikwijls mijn oogen afwenden, want het
was niet aan te zien.
De winkels werden natuurlijk alle dadelijk gesloten,
de Turken braken ze echter open en begonnen
hen te plunderen. Ik zag, hoe men het
huis van een Armeniër volkomen leegstal. Het
schieten hield den geheelen voormiddag aan, en
telkens vielen er gruweldaden voor. Met spanning
wachtten wij op een heer uit Weenen, die des
morgens aan land was gegaan. Tegen drie uur
kwam hij gelukkig terug en vertelde het volgende:
"Nauwelijks was ik in het hotel aangekomen of
ik hoorde schoten vallen, en uit het raam kijkende,
zag ik de soldaten met het geweer gereed om
te vuren door de straten trekken. Na eenige
minuten werd de hotelhouder, een Griek, met
bloed bedekt binnengedragen, hij was op straat
gewond. Om half drie ging ik, onder escorte van
een officier en twee soldaten, naar den oever. De
straat ligt vol lijken, de winkels der Armeniaërs
zijn gesloten en geplunderd; geheele gezinnen zijn
uitgeroeid, 600 Armeniërs zijn vermoord, misschien
nog meer; 2000 vrouwen en kinderen hebben een
toevlucht gezocht in het hospitaal der Jezuïeten."
De lijken bleven anderhalven dag op straat
liggen. Toen ik twee dagen later de stad inging,
werden mijne voeten met christenbloed bevlekt,
want de bloedplassen lagen op sommige plaatsen
zoo dicht bij elkaar, daar ik ze niet kon vermijden.
De Oostenrijksche consul had 200 vrouwen
en kinderen bij zich opgenomen.
De Lloyd-boot moest op bevel van den consul
te Trebizonde blijven, opdat de Europeanen zich
aan boord zouden kunnen redden als de opstand
weer begon. De passagiers moesten daarom hunne
reis op een Deensche boot voortzetten. De schrijver
vertelt verder, dat ook in de omstreken van
Trebizonde eenige Armenische nederzettingen zijn
uitgemoord en verbrand.
Het aantal Armeniërs , die te Trebizonde vermoord
moord zijn, wordt ook in een schrijven aan de
Polit. Corresp. op 600 geschat.