Terug naar vorige pagina
Leeuwarder Courant, 29 juni 1899
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland
Jong-Turkije
Zooals reeds per telegraaf kortelijk is gemeld,
was Pierre Anmeghian, spreker in de te
's Gravenhage gehouden vergadering der Jong-
Turksche partij, gisteren voor den rechter van
instructie voor strafzaken gedagvaard en was
daartoe opgeroepen in het huis van bewaring
aan de Prinsengracht te den Haag.
De Hollandsche bladen geven het volgende
communiqué van het verhoor en daarop door
den gedagvaarde gegeven antwoorden.
De rechter: Zijt gij lid van het hoofdcomité
bij Jong-Turken?
Antwoord: Ja.
Vraag: Hebt gij de zaal Diligentia gehuurd
tot het houden eener lezing?
Antwoord: Ja! Ja! Geheel persoonlijk, en
met vrijen toegang.
Vraag: Hebt gij daar gezegd, dat de sultan
zich liet noemen den "vader des volks", maar
dat hij een vader was zooals Saturnus, die
zijn eigen kinderen verslindt?
Antwoord: Ja, dat handhaaf ik.
Vr: Hebt gij den Sultan genoemd den Groot-moordenaar?
A: Neen, ik heb alleen gezinspeeld op de
legendarisch geworden uitlating van Gladstone.
Vr: Hebt gij gezegd, dat de omgeving van
den Sultan de Armenische moorden had voorbedacht.
A: Zeer zeker. De rapporten der gezanten,
de gele boeken doen dit
gelooven. Overigens
weet ik zeer goed hoe de zaken
zich hebben toegedragen, voor en gedurende
de moordbedrijven.
Vr: Hebt gij gezegd, dat men van den Sultan
slechts nieuwe onrechtvaardigheden te wachten had?
A: Ja, en een der meest voor de hand liggende
bewijzen is mijn tegenwoordigheid voor den
heer rechter van instructie.
De rechter-commissaris doet bekl. opmerken,
dat alle deze uitdrukkingen opleveren beleedigingen
jegens een vreemd staatshoofd en dat
dit hier te lande niet kan worden gedoogd.
Hierop antwoordde de heer Anmeghian: ik
heb nooit de bedoeling gehad en het zal nooit
mijn bedoeling zijn den persoon van een souverein
te beleedigen, te meer daar bij ons te
lande krachtens de gewoonte en de zeden de
souverein heilig is. Maar het bestaande Turksch
beheer aanvallende, heb ik mij gericht tot hem
die het in den meest absoluten zin vertegenwoordigt,
Anderzijds, en omdat ik over dit
régime niet de geheele waarheid kon zeggen
op gevaar af zeer heftig in mijn woorden te
worden, heb ik veel verzacht en zulks alleen
uit eerbied voor het Nederlandsche volk. Ik
eindig met het maken van eenig voorbehoud,
want zoo noodig heb ik nog vele andere zaken
bekend te maken.
Op eene andere vraag van den rechter antwoordde
de heer Anmeghian, dat hij zich genoodzaakt
heeft gezien zijn vaderland te verlaten,
waar groote belangen hem terughielden;
waar zich zijne moeder bevindt, doch dat hij
vrijwillig was heengegaan, ieder tartende hem
eenige lakenswaardige handeling te verwijten,
hetzij in zijn bijzonder, hetzij in zijn openbaar
leven. Het is, zeide hij, noodig, dat wij
roepen en spreken, opdat men ons hoore en de
harten zich ontfermen over ons, die naar het
schijnt maar al te gemakkelijk vergeten worden
De rechter-commissaris stond daarna op en
gaf op vriendelijken toon te kennen dat de
heer Anmeghian kon vertrekken.
Deze vroeg hem of hij zich te zijner beschikking
moest houden, wat hij met genoegen
zou doen.
De rechter antwoordde hem, dat dit niet noodig
was en dat hij geheel in vrijheid bleef.
Het verhoor duurde ongeveer een uur.