Terug naar vorige pagina 

Leeuwarder Courant, 2 juni 1899
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland

De vredesconferentie

De Haagsche correspondent van de Daily News deelt aan zijn blad het volgende mede: "De heer Minas Tcheraz, de welbekende Armenische schrijver, die aanspraak kan maken de tolk te zijn van de geheele Armenische bevolking, en van de comité's van Armeniërs over geheel Europa, Egypte enz., en door hen naar den Haag gezonden, heeft gisteren een gesprek met mij gehad gehad. Hij kwam, daar ben ik zeker van, met geen illusies, en hij zal vertrekken zonder teleurstelling.

De heer Tcheraz, die in den Haag is gekomen met behoorlijke volmachten van de Armenische lichamen in Europa, had zijn toevlucht tot een krijgslist genomen om het Armenische verzoekschrift aan baron de Staal aan te bieden, daar een officieele nota verscheidene dagen vroeger was gepubliceerd, dat geen verzoekschrift door den voorzitter der conferentie zou worden aangenomen. Tcheraz huurde het netste coupétje dat in den Haag te krijgen was, en met de commandeursorde van Bolivar op de borst reed hij naar het huis ten Bosch op den openingsdag. Hij werd bij den ingang aangehouden, doch hij vertoonde een groote enveloppe aan de soldaten, die salueerden en hem door lieten. Het rijtuig reed tot de trap der gezanten. De heer Tcheraz wandelde naar boven en overhandigde een enveloppe aan een bediende, met de bijvoeging dat zij officieele stukken voor den president bevatte. Hij wachtte een week op antwoord en zond toen iemand, die de boodschap bracht, dat de heer de Staal nooit den heer Tcheraz zou ontvangen. De laatste had aan baron de Staal meegedeeld, dat Gortschakoff, den 9en April 1878 aan lord Salisbury schrijvende, geconstateerd had, dat het keizerlijke kabinet, "altijd voor oogen heeft gehouden de taak het door de geschiedenis opgelegd, om het christendom te bevorderen zonder onderscheid van ras of kerkgenootschap." Tcheraz is door een gedelegeerde verwittigd, dat baron de Staal het verzoekschrift niet eens aan zijn collega's genoemd heeft. In de petitie worden nieuwe Armenische gruwelen onthuld. Hij heeft geschreven aan elken gedelegeerde, en beleefde antwoorden van verschillende hunner ontvangen.

De Sultan heeft een protest gezonden aan den Hollandschen gezant te Konstantinopel over de tegenwoordigheid van den heer Tcheraz en Jong-Turken te 's Gravenhage, en biedt een gunstige regeling aan van de Mohammedaandaansche moeilijkheden op Java in ruil voor hun uitzetting buiten Nederland. De chef der politie van den Sultan, Ahmed Pacha Djellaledin, is op weg naar den Haag.

De heer Tchéraz zeide, over zijn zending sprekende: "Het is toch wel goed dit eens te zeggen; om aan Europa te toonen, dat wij lijden."