Terug naar vorige pagina
Leeuwarder Courant, 27 april 1909
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland
Buitenlandsch overzicht
In een kort bericht hebben wij gisteren melding
gemaakt van een beweging onder de
Armenërs in Zuid-Rusland. Men is natuurlijk
geneigd deze beweging te beschouwen in
verband met de in Turksch-Klein Azië telkens
voorkomende Armenische conflicten.
De Armeensche gruwelen in de jaren 1893-'96
hebben in Europa de algemeene opmerkzaamheid
gevestigd op den toestand der Armeniërs in
het Turksche rijk. Herhaalde opstanden, die in
bloed gesmoord werden, hebben destijds een
dergelijken kreet van verontwaardiging over het
optreden der Turksche overheid doen opgaan
als thans naar aanleiding van de Macedonische
gebeurtenissen. Stellig heeft het Turksch fanatisme
steeds de conflicten zeer verergerd.
Maar in de Armenische quaestie is toch met
een veroordeelen van het Turksch wanbestuur
niet alles gezegd. Men heeft hier te doen met
een nationaliteiten-quaestie van dergelijken aard
als de nationaliteiten-quaesties in Oostenrijk-Hongarije.
Het steeds meer ontwakend nationaal
gevoel der Armeniërs moet noodzakelijk
leiden tot conflicten met elk vreemd bestuur.
De Armeniërs verkeeren in dezelfde positie
als de Polen, die hun land verdeeld zien onder
het bestuur van verschillende vreemde machten
en die in het staatsverband waarin zij opgenomen
zijn, steeds een oppositie-standpunt blijven innemen.
De Armeniërs zuchten deels onder een Turksch
juk, deels zien zij zich bij Russisch Trans-Kaukasië
ingelijfd. En zij verfoeien de Russische
overheersching vrij wel even sterk als de
Turksche.
In den tijd der bloedbaden in Turksch-Armenië
had ook in de Russische Zwarte Zee-provinciën
een beweging plaats. In Tiflis en
andere steden begonnen de Armeniërs met
revolver en dolk verzet te plegen. En de Russische
regeering nam evenals de Turksche haar
toevlucht tot geweldmaatregelen om haar gezag
te handhaven. Scholen werden in massa gesloten,
kranten verboden, de Gregoriaansche
geestelijkheid aan een streng toezicht onderworpen.
De orde werd hersteld, maar de
represaille-maatregelen hebben natuurlijk de
stemming onder de Armeniërs niet verbeterd.
Zoo is het ook meer dan waarschijnlijk, dat zij
in iedere arbeidersbeweging in Zuid-Rusland
een rol spelen om uit de verklaarbare economische
ontevredenheid een politiek wapen tegen
de regeering te smeden.
De ontevredenheid heeft nieuw voedsel gekregen
kregen door een besluit van den czaar, waarbij
het beheer van het vermogen der Gregoriaansche
kerk in handen van regeeringsambtenaren
wordt gelegd. De geestelijkheid en de kerkelijke
gemeenten kunnen nu alleen door bemiddeling
der overheid over de inkomsten uit de kerkelijke
eigendommen beschikken. De staat heeft daardoor
door een toezicht verkregen over de besteding
der kerkelijke inkomsten. Dit heeft echter de
bevolking opnieuw tot een verwoed verzet gedreven.
Men seint daaromtrent uit Petersburg:
"De Armeniërs opereeren gelijkertijd op
drieërlei wijze: zij
protesteeren tegen de wijziging
in het beheer der kerkelijke goederen, uiten hun
ontevredenheid daarover door dolk-aanslagen
op klaarlichten dag te Odessa, Tiflis, Bakoe en
andere steden tegen personen die hun mishagen
en trachten in de grensstreken de Koerden te
bewegen tot een inval in Russisch gebied."
"In een bergengte tusschen Batoem en de
Russische grens werd door den Ameniër Abramjan,
die aan het polytechnicum te Stuttgart gestudeerd
heeft, een bende van 42 man gevormd,
voorzien van dynamiet, bommen en een volledige
ambulance-uitrusting. De leden dier bende
hielden zich nog kortgeleden in verschillende
steden van Trans-Kaukasië op. Thans scharen
zij zich onder een vaan, met het opschrift:
"Dood of vrijheid." Het is waarschijnlijk, dat
deze bende zich ten doel stelt, overvallen van
Koerden in Christelijke dorpen uit te lokken om
zoodoende aan de Russisch-Turksche grens opnieuw
een Armenische quaestie te doen ontstaan."
De beweging is natuurlijk veel te klein in
omvang in vergelijking met Rusland's enorme
macht om de regeering te St, Petersburg ook
maar één oogenblik werkelijk te verontrusten,
maar zij bewijst hoe ook hier al weer een verzet
bestaat tegen een staatsverband, dat niet tevens een
nationale eenheid vormt. Dat is de typische beweging
van onze dagen: het streven van elke
nationale eenheid naar eigen autonoom bestuur,
al dan niet met het doel, zich federatief met andere
autonome nationaliteiten te verbinden. Dit is
een beweging, die op den duur zoowel in
Oost-Europa als in Klein-Azië groote wijzigingen in
de landkaarten kan brengen, maar voorlopig
zich te pletter loopt tegen de met militaire
macht gehandhaafde, bestaande staatsverbanden.
Zoo wordt, gelijk ons gisteren bericht werd,
ook de Armenische beweging in Zuid-Rusland
in bloed gesmoord. 't Is ditmaal maar een
miniatuur bloedbad overigens, vergeleken bij
hetgeen wij elders gezien hebben.