Leeuwarder Courant, 16 september 1903
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland

Buitenlandsch overzicht

In een kort bericht hebben wij gisteren melding gemaakt van een beweging onder de Armenërs in Zuid-Rusland. Men is natuurlijk geneigd deze beweging te beschouwen in verband met de in Turksch-Klein Azië telkens voorkomende Armenische conflicten.

De Armeensche gruwelen in de jaren 1893-'96 hebben in Europa de algemeene opmerkzaamheid gevestigd op den toestand der Armeniërs in het Turksche rijk. Herhaalde opstanden, die in bloed gesmoord werden, hebben destijds een dergelijken kreet van verontwaardiging over het optreden der Turksche overheid doen opgaan als thans naar aanleiding van de Macedonische gebeurtenissen. Stellig heeft het Turksch fanatisme steeds de conflicten zeer verergerd.

Maar in de Armenische quaestie is toch met een veroordeelen van het Turksch wanbestuur niet alles gezegd. Men heeft hier te doen met een nationaliteiten-quaestie van dergelijken aard als de nationaliteiten-quaesties in Oostenrijk-Hongarije. Het steeds meer ontwakend nationaal gevoel der Armeniërs moet noodzakelijk leiden tot conflicten met elk vreemd bestuur. De Armeniërs verkeeren in dezelfde positie als de Polen, die hun land verdeeld zien onder het bestuur van verschillende vreemde machten en die in het staatsverband waarin zij opgenomen zijn, steeds een oppositie-standpunt blijven innemen.

De Armeniërs zuchten deels onder een Turksch juk, deels zien zij zich bij Russisch Trans-Kaukasië ingelijfd. En zij verfoeien de Russische overheersching vrij wel even sterk als de Turksche.

In den tijd der bloedbaden in Turksch-Armenië had ook in de Russische Zwarte Zee-provinciën een beweging plaats. In Tiflis en andere steden begonnen de Armeniërs met revolver en dolk verzet te plegen. En de Russische regeering nam evenals de Turksche haar toevlucht tot geweldmaatregelen om haar gezag te handhaven. Scholen werden in massa gesloten, kranten verboden, de Gregoriaansche geestelijkheid aan een streng toezicht onderworpen. De orde werd hersteld, maar de represaille-maatregelen hebben natuurlijk de stemming onder de Armeniërs niet verbeterd.

Zoo is het ook meer dan waarschijnlijk, dat zij in iedere arbeidersbeweging in Zuid-Rusland een rol spelen om uit de verklaarbare economische ontevredenheid een politiek wapen tegen de regeering te smeden.

De ontevredenheid heeft nieuw voedsel gekregen kregen door een besluit van den czaar, waarbij het beheer van het vermogen der Gregoriaansche kerk in handen van regeeringsambtenaren wordt gelegd. De geestelijkheid en de kerkelijke gemeenten kunnen nu alleen door bemiddeling der overheid over de inkomsten uit de kerkelijke eigendommen beschikken. De staat heeft daardoor door een toezicht verkregen over de besteding der kerkelijke inkomsten. Dit heeft echter de bevolking opnieuw tot een verwoed verzet gedreven.

Men seint daaromtrent uit Petersburg: "De Armeniërs opereeren gelijkertijd op drieërlei wijze: zij protesteeren tegen de wijziging in het beheer der kerkelijke goederen, uiten hun ontevredenheid daarover door dolk-aanslagen op klaarlichten dag te Odessa, Tiflis, Bakoe en andere steden tegen personen die hun mishagen en trachten in de grensstreken de Koerden te bewegen tot een inval in Russisch gebied."

"In een bergengte tusschen Batoem en de Russische grens werd door den Ameniër Abramjan, die aan het polytechnicum te Stuttgart gestudeerd heeft, een bende van 42 man gevormd, voorzien van dynamiet, bommen en een volledige ambulance-uitrusting. De leden dier bende hielden zich nog kortgeleden in verschillende steden van Trans-Kaukasië op. Thans scharen zij zich onder een vaan, met het opschrift: "Dood of vrijheid." Het is waarschijnlijk, dat deze bende zich ten doel stelt, overvallen van Koerden in Christelijke dorpen uit te lokken om zoodoende aan de Russisch-Turksche grens opnieuw een Armenische quaestie te doen ontstaan."

De beweging is natuurlijk veel te klein in omvang in vergelijking met Rusland's enorme macht om de regeering te St, Petersburg ook maar één oogenblik werkelijk te verontrusten, maar zij bewijst hoe ook hier al weer een verzet bestaat tegen een staatsverband, dat niet tevens een nationale eenheid vormt. Dat is de typische beweging van onze dagen: het streven van elke nationale eenheid naar eigen autonoom bestuur, al dan niet met het doel, zich federatief met andere autonome nationaliteiten te verbinden. Dit is een beweging, die op den duur zoowel in Oost-Europa als in Klein-Azië groote wijzigingen in de landkaarten kan brengen, maar voorlopig zich te pletter loopt tegen de met militaire macht gehandhaafde, bestaande staatsverbanden.

Zoo wordt, gelijk ons gisteren bericht werd, ook de Armenische beweging in Zuid-Rusland in bloed gesmoord. 't Is ditmaal maar een miniatuur bloedbad overigens, vergeleken bij hetgeen wij elders gezien hebben.

Colofon