Leeuwarder Courant, 9 oktober 1895
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland

Algemeen overzicht

Naast het pauselijk schrijven trekt natuurlijk de Oostersche quaestie de aandacht. Den totaal-indruk kan men aldus weergeven: "De Porte aarzelt; de mogendheden aarzelen en de geschiedenis, die langdradig wordt, is nog niet ten einde.

Er is iets bevreemdends in dit getalm van de zijde der mogendheden. Dat Turkije alles op de lange baan schuift, is natuurlijk. Dat is Turksche politiek. En wanneer waar is, wat er beweerd wordt, n.l. dat Rusland aan de Porte heeft doen weten, dat het wel volkomen eenstemmig met Engeland en Frankrijk rijk denkt, maar dat het niet tot het nemen van maatregelen van geweld zal overgaan, dan is dit niet geschikt om den Sultan tot spoed aan te manen. Alleen geweld kan bij hem iets uitwerken. Zedelijke pressie is van geen waarde voor een Turksch politicus.

Inmiddels is bekend geworden, wat de mogendheden van Turkije eischen: ten eerste dat de Turksche regeering onmiddellijk maatregelen zal nemen tegen verdere rustverstoring, ten tweede dat de voortgaande arrestatiën van Armeniërs zullen worden gestaakt en dat voor de veiligheid van die menschen binnen en buiten de kerkgebouwen zal worden den ingestaan, en ten derde dat onverwijld een commissie van onderzoek zal worden benoemd, waarin de mogendheden vertegenwoordigers zouden hebben.

Zes mogendheden moeten deze eischen door hunne vertegenwoordigers hebben laten aanbieden, waarschijnlijk Engeland, Frankrijk, Duitschland, Oostenrijk, Rusland en Italië.

In afwachting hooren we van Engelsche correspondententen te Constantinopel niet veel gunstigs. Zeer beslist is in dezen de correspondent van de Standard, het blad, dat eerst in krasse termen het gedrag der Armeniërs afkeurde.

"Het is hier," zoo telegrafeert de correspondent, "een hachelijke toestand."

De Porte is werkeloos. Van het gemeenschappelijk optreden der zes groote mogendheden heeft men niet veel verwachting, omdat haar nota aan de Porte slechts algemeenheden behelst en niet onmiddellijken dnwang oplegt of waarborgen eischt. De onderminister Artin Pacha heeft zich naar de kathedraal van de wijk Koem Kapoe begeven, ten einde de Armeniërs, die zich daarin verschanst hebben en wier aantal steeds grooter is geworden, tot vertrekken te bewegen. De Armeniërs weigerden, zeggende: "wij vertrouwen u wel, maar de sultan is een leugenaar, wiens toezeggingen alle waarde missen: daarom verkiezen wij hier te blijven." Artin Pacha bedreigde hen daarop met een omsingeling der kerk, om de Armeniërs te doen uithongeren; hij deed de Turksche troepen daarmede een aanvang maken, maar ze weer teruggaan, toen de belegerden met een uitval dreigden om de Turken te verjagen. De patriarch is bedlegerig. De Armenische priesters zijn van meening, dat alleen een krachtig optreden der mogendheden een bloedige crisis kan voorkomen; maar de Turken spotten met het beleid van Engeland, Frankrijk en Rusland, die zij "trois grandes faiblesses" noemen.

Het wordt er niet beter op, wanneer hij dit telegram laat volgen door een tweede: "De Porte schijnt niets te doen om de euveldoeners van de vorige week op te sporen, want er worden voortdurend enkel Armeniërs in hechtenis genomen, waardoor de lezing wordt gestaafd, dat de moordende softa's hebben gehandeld op rechtstreeksch bevel van het Paleis. De Turksche pers meldt trouwens, zonder er doekjes om te winden, dat de Sultan de getrouwe softa's thans met geschenken, onder anderen vele honderden schapen, beloont. Turksche troepen houden het Armeensche patriarchaat omsingeld en er voor ligt een Turksch wachtschip op post."

"Op alle boodschappen van den Engelschen gezant aangaande de Armeniërs antwoordt de Sultan met de vraag: "Wanneer verlaten de Engelsche schepen Lemnos?", een vraag waarop de gezant steeds een ontwijkend antwoord geeft."

Zijne collega's van de andere Engelsche bladen zijn het geheel met hem eens en ook de bezadigde en zeker minder partijdige correspondent der Kölnische Zeitung seint telegrammen in dien zin over. Men zou willen vragen: "Waar wachten de mogendheden dan toch op? Zouden eenige oorlogsschepen voor Constantinopel verschijnend niet in een minimum van tijd de zaken kunnen regelen?"

En nu we toch over Turkije spreken, moeten we even bekennen, dat we niet weten wat softa's zijn. Afgaande op het woord van de Standard noemden we hen voor eenige dagen "studenten", want de Standard sprak over "die fanatieke Turksche studenten." En in de encyclopaedie van Winkler Prins lezen we onder het woord softa: "In Turkije de naam van een student in de godgeleerdheid. De softa's zijn afkomstig uit de geringste volksklasse en verkeeren gedurende den studietijd in de grootste bekrompenheid. Zij moeten onderscheidene examens afleggen, vóórdat zij den titel van "molla" en eene aanstelling als geestelijke of als rechter erlangen. In den jongsten tijd hebben zij ook aan politieke bewegingen deel genomen."

Maar hoe dat na te rijmen met het geschenk van eenige honderden schapen, dat door den sultan aan de softa's gedaan zou zijn? De "groote Turk" zal toch zijn toekomstige priesters en rechters niet met een schapegigot beloonen voor gepleegde moorden! (*)

(*) Volgens de laatste berichten wordt het aantal slachtoffers bij de jongste moorden op 1000 geraamd waarvan slechts 85 Turken.

Colofon