De Gelderlander, 12 oktober 1889
Bron: Regionaal Archief Gemeente Nijmegen

Turkije

Men seint uit Konstantinopel: Gedurig worden raadsvergaderingen ten paleize gehouden, met het oog op de Armenische zaken, en de groot-vizier heeft het gevoelen uitgedrukt dat eenige hervorming noodzakelijk is.

De meerderheid, daarentegen, verzet zich tegen deze zienswijze en ook de sultan is van dit idée, daar hij niet gaarne het hoofd buigt voor de Armeniërs, tegen welke hij ten zeerste vergramd is.

Terwijl de zaken dus hier den slakkengang gaan, wordt de toestand in Armenië dreigender. Er is vandaar bericht ontvangen dat verschillende honderden Russische Armeniërs van den Kaukasus in Turksch Armenië zijn gekomen, zoogezegd op bedevaart naar de beroemde abdij van Surb Gararbed. Men beweert echter dat zij gekomen zijn om wraak te nemen over de mishandelingen hunner broeders door de Koerden van Moessa-bey.

Het gerucht loopt dat er bevel is gegeven tot de aanhouding van Djaso, Moessa-bey's broeder, wegens zijn laatste misdaden. Het zoogenaamde "proces" van Moussa bey is op de lange baan geschoven, terwijl de beschuldigde gerust leeft bij zijn schoonbroeder Bahri Pacha, die nog verleden week huiszoekingen deed geschieden bij sommige Armeniërs, te Scutari.

Colofon