De Tijd, 8 augustus 1921
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Pater Maternus Muré O.F.M.

Men schrijft ons uit Maastricht:

Pater, Maternus Muré O.F.M. te Maastricht zal tegen het midden dezer maand zich weer naar zijn levensgevaarlijke post begeven onder de Armenische christenen. Een woord van hulde mag bij het afscheid van dezen heldhaftigen Zoon van St. Franciscus niet achter blijven.

De Zuid-Limburgsche Missieweek bracht zoovele missionarissen naar de stad van St. Servatius en in de voormalige Dominicanenkerk liepen velen. En zonder op den voorgrond te treden, heel bescheiden kwam ook nu en dan een bruine pater, zooals men in Maastricht zegt, maar een bruinen pater met een baard. En dan fluisterden zij, die hem kenden, heel eerbiedig, dat is pater Maternus uit Armenië, een Maastrichtenaar. En de Maastrichtenaren eeren hun "jongens", zooals zij zeggen en dat bewees al weer de versiering der stad in de Missieweek, de prachtige versiering van het St. Amorplein was een schitterende hulde aan pater Muré.

Een eenvoudige, bescheiden man, maar een werker en geleerde, die, nadat hij de studie der philosophie beëindigd had, om zijn talenkennis naar het Heilig Land vertrok en 30 jaar de hitte van den dag droeg. Op een heuvel te Marash lag het Franciscaner-klooster en daaruit werkte hij met twee medebroeders onder Armeniërs en Turken. De lijdensgeschiedenis is aan de lezers van dit blad bekend.

Op een middag in de Zuid-Limburgsche Missieweek klampten wij hem aan op de Missietentoonstelling. Nog onder den indruk van de rede van father J.A. v.d. Deyssel, oud-missionaris van Eng.-Indië over "Pessimisme en optimisme bij de Mahomedanenmissie", vroegen wij pater Muré hoe hij dacht over de bekeering der Mahomedanen, waaromtrent father v.d. Deyssel zich zeer pessimistisch had uitgelaten.

Pater Muré zeide in zijn gebied niet dezelfde ervaringen gehad te hebben en maakte onderscheid tusschen Mahommedanen afkomstig van een geslacht, dat eeuwen geleden van Christen Mahommedaan was geworden en dat, hetwelk van Heiden tot de leer van Mahommed was overgegaan. In het eerste geval waren meerdere bekeeringen aan te wijzen, die nog talrijker zouden zijn, wanneer de Turksche invloed en heerschappij gebroken zouden zijn. Zoo was hij een tijd voor zijn vertrek in aanraking gekomen met een priester uit een Moskee op een oogenblik, dat de Turksche invloed nihil was en deze priester werd gewonnen voor de eene Zaligmakende kerk.

Op een oogenblik, dat wij de eigenlijke Armenische kwestie wilden aanraken, werden wij weggeroepen en konden dit hoogst interessant onderwerp niet voortzetten. Tot onze spijt konden wij den goedigen Franciscanerpater ook niet meer te pakken krijgen, want toen wij ons aan het gastvrije klooster der paters Minderbroeders aan de Tongersche straat aanmelden, hoorden wij de treurige mare van den broeder portier dat pater Muré naar Munchen vertrokken was, eerst den 10den zou terugkomen.

Zijn tijd was dan zeer beperkt, want dienzelfden dag zou hij nog naar Brindisi vertrekken. Een tegenvaller, maar ook eene meevaller. Het was ons opgevallen, dat pater Maternus zeer terughoudend was over het brandende vraagstuk. Wij vermoedden het "waarom", maar zekerheid hadden wij niet. En waar de pater op reis was zat er niets anders op, dan maar eens bij een Ordebroeder aan te kloppen, die ons welwillend te woord stond en hoogst interessante mededeelingen deed.

Over de wreedheid der Turken in Aziatisch Turkije is in dit blad uitvoerig geschreven. In de laatste 25 jaren zijn daar wel 2 millioen christenen vermoord. Aan de lezers van dit blad is ook wel bekend, dat de bloedbaden, in Jan. en Febr. 1920 aangericht, het gebied troffen, waar pater Muré en zijn twee ordebroeders werkten.

Het ligt dus voor de hand, dat de Mahomedanen Pater Maternus en de zijnen haten en die haat aangewakkerd zal worden, wanneer hij straks op zijn post terug is.

En hoe zal hij alles terugvinden. Zijn scholen, waarop zijn hoop gevestigd was, zijn hem afgenomen. Het arme, diep beklagenswaardige Armenische Christenvolk strijdt en lijdt, maar heeft den vasten wil om te blijven bestaan, om zijn schoon land groot te maken en in vrede te leven. Wellicht brengt de Grieksch-Turksche oorlog kentering.

Hoe het zij, Pater Maternus Muré kent als een heldhaftig zoon van St. Franciscus geen vrees, weet van geen wijken. Hij gaat terug naar zijn post, al dreigen hem van alle kanten de gevaren, al is hem bijna alles ontnomen, al moet hij van voren af aan beginnen. Hij gaat terug naar zijn dierbare Armenische Christenen, om hun vader en trooster te zijn, om met hen te lijden en te strijden voor Christus met de vurige hoop, dat voor hen het uur der redding moge slaan.

Hij gaat voor Christus, sterk in en door Christus. Een held, maar een christenheid! Een martelaar met het arme Armenisch Martelaarsvolk! Bij hem geen talmen maar een vurig haken naar het land, waar hem wachten de liefde en de haat.

Mogen de gebeden van Nederland Katholieken hem vergezellen; mogen hem nog talrijke aalmoezen toevloeien om zijn missiewerk opnieuw te beginnen en het beklagenswaardige Armenische volk op de been te houden.

Wanneer hij straks op 10 Augustus in het klooster der Franciscanen te Maastricht terugkeert om afscheid te nemen, moge hem dan menige surprise wachten!

Colofon