De Tijd, 25 september 1900
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Turksche toestanden

De feesten van het zilveren regeeringsjubilé des Sultans zijn achter den rug, de gezanten die Abdoel Hamid de hand drukten hebben Constantinopel verlaten, thans zoekt de Turksche regeering wederom afleiding in een jacht op door haar verdachte personen o.a. een groot aantal Armeniërs. De arrestaties zijn begonnen met die van een zekeren Arzuyian, die ondanks zijn amerikaanschen pas als een verdacht personage in de doos werd gestopt. Zijn lot deelden een menigte Armeniërs en Jong-Turken. Van de laatsten waren er velen te Konstantinopel teruggekeerd, vertrouwende op de belofte der Regeering, die hun volkomen vrijheid had toegezegd. Zij hadden echter nauwelijk een voet aan wal gezet of zij werden reeds gearresteerd. Men schijnt op deze gevangenen het uithongeringssysteem te willen toepassen. De minister van politie weigert althans hun eenig voedsel te verstrekken verklarende, dat daarvoor hun bloedverwanten en vrienden maar moeten zorgen. De armen onder deze gevangenen zullen dus, indien de vertoogen van de Regeering te Washington en die van den Armeenschen patriarch ten hunne gunste niet mogen baten, van gebrek moeten sterven. De "groote moordenaar op den troon" is nu ook uithongeraar geworden.

Colofon