De Tijd, 20 mei 1904
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Armeniërs en Turken

Het te Parijs verschijnende tijdschrift "Pro Armenia" bevat in een telegram uit Tiflis bijzonderheden over het optreden van de Turken in de armenische dorpen van Moesch. Deze dorpen werden door turksche troepen en Baschiboezoeks bezet, die alle mogelijke wreedheden begingen. De christelijke bevolking vluchtte in de bergen van Sassoen, die door turksche troepen werden omsingeld. Op 12 April sloegen de Sassoeners de troepen terug, dezen hevige verliezen toebrengend. Op 23 April kwam de gouverneur van Bitlis aan het hoofd van eenige duizenden soldaten en Koerden aan; ook de armenische bisschoppen van Moesch en Bitlis waren in zijn geleide. Ondanks de aanwezigheid van deze laatsten werd het dorp Schenik verwoest. Een aanval op Semal werd door de Armeniërs afgeslagen. Op 25 April verschenen de bisschoppen, gewapend met 'n schrijven van den armenischen patriarch te Semal om de opstandelingen te bewegen, zich te onderwerpen. Dit was echter slechts een list, want terwijl de armenische leiders naar de dalen kwamen om met de bisschoppen te onderhandelen, gaf de gouverneur last de Armeniërs aan te vallen en hun aanvoerders gevangen te nemen. Het plan mislukte echter, want de aangevallenen konden zich terugtrekken, waarop Semal en Daschtak door turksche artillerie werden verwoest en in brand gestoken. De troepen vervolgden de inwoners tot Gellick-Gusan, waar het tot een bloedig gevecht kwam, waarin de Turken geslagen werden; zij lieten 136 dooden, een aantal gewonden en geweren op 't slagveld achter. De Armeniërs hadden dooden, waaronder een der aanvoerders, en 8 gewonden. De gouverneur kreeg op 27 April versterkingen en men verwacht nieuwe gevechten.

Colofon