De Tijd, 20 oktober 1901
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenland

De correspondent der Figaro te Konstantinopel meldt aan zijn blad bijzonderheden betreffende de jongste bloedige gebeurtenissen in Armenië, die zoo geruimen tijd omhuld zijn gebleven door den sluier des geheims. Uit deze mededeelingen blijkt, dat, volgens een ingesteld onderzoek in de stad Mousch en omstreken, het voornaamste tooneel der troebelen, gedurende de laatste maanden ongeveer 200 Armeniërs werden vermoord. Doch de turksche enquête-commissie – voorgezeten door den vali van Bitlis, die zich met de instructie belastte – is tot de merkwaardige conclusie gekomen, dat de moordenaars eigenlijk Armeniërs waren, die hun vermetelheid zelfs zoo ver dreven, dat zij zich verkleedden als Koerden! Nu zijn er wel is waar tal van boeren, die deze bewering van turksche zijde voor onbeschaamde leugentaal zouden kunnen verklaren, maar deze menschen durven, door de commissie van den vali als getuigen opgeroepen geen andere verklaringen afleggen dan die welke de turksche autoriteiten van hen eischen. Vandaar, dat heel het turksche onderzoek gelijk staat met een parodie op de eerlijke, geregelde rechtspleging. De moord, gepleegd door een jonge armenische vrouw, Esther geheeten, op Cherif-Agha, een rijken muzelman te Mogouk, een plaatsje uit de omgeving van Mousch, gaf aanleiding tot een groote jacht op allen van wie vermoed werd, dat zij tot de moordenares in eenige betrekking stonden. Zij-zelve werd door de soldaten gewurgd, terwijl niet minder dan 40 Armeniërs werden opgesloten in den kerker, waar tengevolge van honger en ellende weldra 7 hunner stierven...

Men ziet het – de toestanden daarginds zijn er sinds 1896 nog niets op verbeterd, en het is meer dan tijd, dat in deze zaak door een of andere mogendheid der Porte de duimschroeven worden aangezet. Met deze taak schijnt zich, merkwaardigerwijze, Rusland te willen belasten, daar, naar verluidt, Zinoview bij zijn jongste audiënties, uit naam zijner Regeering tot den Sultan krachtige vertoogen heeft gericht in zake de armeensche moordpartijen. Hun, die zich er wellicht over verwonderen, de Regeering te Sint-Petersburg thans een houding te zien aannemen, zoo beslist gunstig voor de Armeniërs, en dus sterk contrasteerend met haar onverschilligheid van vijf jaar geleden, zij eraan herinnerd, dat sinds dien tijd de gezindheid van het christenvolk van dit turksch gewest een aanmerkelijke verandering heeft ondergaan, zoodat het naar den Tsaar de oogen gericht houdt als naar zijn redder en zelfs een groote neiging aan den dag legt voor een overgang tot de orthodoxie. Onlangs bijv. zonden nog 6000 Gregorianen een petitie naar Sint-Petersburg met verzoek te worden opgenomen in de russische staatskerk. Wat Rusland met zijn beschermend optreden beoogt, is dus niets anders dan de aanwinst van een geheel volk en op die wijze een machtige uitbreiding van zijn invloed in het gebied van den Sultan. Tot dit laatste doel is thans ook Duitschland een stap nader gekomen door de definitieve regeling der concessie voor den aanleg der Bagdad-lijn, verleend aan de duitsch-anatolische spoorwegmaatschappij. Het gerucht gaat zelfs, dat genoemd consortorium dit privilege zóó hoog schat, dat het den Grooten Heer een voorschot heeft gedaan van omstreeks 9 millioen gulden.

Of nu de zaak-Lorando spoedig uit de wereld zal worden geholpen?

Colofon