De Tijd, 2 oktober 1926
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Nederlandsche Minderbroeders-Missionarissen

door FR. ACHILLEUS MEERSMAN O.F.M.

Vroeger waren gedeelten van Nederland en België, wegens taal en ligging, één, was ook de kerkelijke indeeling van deze streken niet volgens de grensbepalingen van heden. Daarom was dan ook de Minderbroeders-provincie niet ingedeeld zooals tegenwoordig, gebieden van Nederland en België vormden één provincie, de Nederduitsche, zullen wij ze noemen, heeft in den loop der eeuwen verschillende missionarissen naar de Franciscaansche Missie-gebieden gezonden. Haar aantal is echter niet zoo heel groot, veelal vanwege de patronaatsrechten van Spanje en Portugal, die dikwijls personen van vreemde naties uit hun kolonies weerden. Vervolgens ook, omdat juist in het bloeitijdperk der missies (13-17e eeuw) groote deelen van Nederland Calvinist werden, en hier de krachten der Paters opeischten. Zij arbeidden dan ook onder Calvinisten – ten koste zelfs van veel bloed – als echte missionarissen, zooals ze ook genoemd werden.

Toch, ondanks dit, vinden we in den loop der eeuwen verschillende Nederduitsche Minderbroeders in de missies. In de 13e eeuw maakte Rubrouck uit Vlaanderen zijn beroemde reis naar het land der Tartaren. Hiervan maakte hij een reisbeschrijving, die nu het beste ethnologische geschrift der Middeleeuwen genoemd wordt. In 1493 vergezelden Joh. de la Deledeuille, Joh. Cosin en andere missionarissen Columbus op zijn tweede reis naar Amerika. Toen later de meeste missionarissen naar Europa terugkeerden, bleven deze twee Franciscaansche leekebroeders achter, leerden de talen der Indianen aan en onderrichtten de inboorlingen in het geloof en goede zeden. In 1523 gaan Joh. van Dack, Joh. v.d. Auwera en Br. Pieter van Gent naar Mexico. Deze laatste vooral is bekend om de oprichting van scholen, de verdediging der Indianen en om den Indiaanschen catechismus in beeldenschrift, die hij vervaardigde. In 1534 komt Judocus de Rijke in Ecuador aan. In 1536 vinden we een zekeren Joh. van Gent in Costa Rica en Nicaragua, en ook om dezen tijd Simon van Brussel op de Xaliscaseilanden van Mexico. In 1563 sterft Nicolaus de Witte te Chilapa. ln 1622 werd een Nederduitsche Minderbroeder, de Zalige Richardus van Ste-Anna in Japan gemarteld. Naar Suriname vertrekken in 1683 en 1685 eenige Nederduitsche Minderbroeders, o.a. Petrus Crol uit Roosendaal. In de 17e eeuw vroeg een vrome vorst van het rijk van Sonho in den Congo aan zijn gezant in de Vereenigde Provinciën van Nederland, om voor Paters te zorgen, die de taak van missionaris op zich wilden nemen. Door toedoen van Aegidius Moratius O.F.M., die destijds te Amsterdam werkzaam was, werden vier Minderbroeders der Nederduitsche Provincie naar den Congo gestuurd. Ook reisde in de 17e eeuw de beroemde Pater Louis Hennepin naar Canada. Hij wordt onder de ontdekkers der Mississipirivier genoemd, die hij vanaf haar oorsprong in het Noorden tot de golf van Mexico bevaren heeft. Dit laatste is lang in twijfel getrokken, daar men meende, dat hij niet lang genoeg in Amerika was geweest om zoo'n lange reis te maken. Nu is echter gebleken, dat hij langer in Amerika vertoefde, dan men tot nog toe gemeend heeft. In de 18e eeuw vinden we eenige Nederduitsche Paters in Oost-Indië: Andreas Marckhaert († 1739), Rogerius Beghein e.a. In 1776 begon de Nederduitsche Provincie een missie op Curacao. Als eerste Apostolisch Prefect vertrok Theodorus Brouwers uit Rotterdam. Naar het Heilig Land vertrokken ook vele Nederduitsche Minderbroeders, die daar hun leven wijdden aan het bewaken der Heilige Plaatsen. Hier kunnen we denken aan Peter Fardé, die uit Amsterdam vertrok om zich naar het Heilig Land te begaven, doch toevallig in Afrika terecht kwam en als missionaris kon arbeiden.

In het midden der 19e eeuw werd de oude Nederduitsche Provincie opgeheven en in plaats daarvan kreeg men twee provincies: een in België en een in Nederland. De Nederlandsche Provincie, pas hersteld van de kuiperijen onder Willem I, begon in 1870 eigen missiearbeid te verrichten. Joannes Hofman, later Tit.-Bisschop van Telmesso, vertrok toen naar China. Man van durf en ijzeren wilskracht, was hij op gevorderden leeftijd (hij was toentertijde rector van de Boschjeskerk te Rotterdam) naar China gegaan. Daar woonde hij bij zijn Italiaansche medebroeders, leerde eerst Italiaansch, toen Chineesch, en pas daarna begon hij zijn apostolaat. Hij richtte het Vicariaat van Zuid-Chansi (thans Luanfu) op en arbeidde daar in de moeilijkste tijden. Doch toen hij eenige beschaving en gemak gebracht had, zag hij dit alles weer in den Bokseropstand verwoest. Hij stierf een heiligen dood te Wychen in 1918.

Op het einde der 19e eeuw begonnen de Minderbroeders der Hollandsche Provincie ook leden naar het Heilig Land te sturen. En in 1899 zag ook Brazilië Nederlandsche Franciscanen binnen zijn grenzen. Eindelijk begonnen de Hollandsche Minderbroeders in de laatste jaren de Missie in Noorwegen.

In al deze gebieden hebben de Minderbroeders veel arbeid verricht, talrijke bekeeringen bewerkt, scholen en seminaries gesticht, instellingen van liefdadigheid opgericht. Enkele personen hebben op bijzondere wijze gearbeid.

Te Smyrna (Azië) was Pater Augustus Ham († 1916) eenige jaren als pastoor werkzaam. Door zijn onvermoeiden ijver, door het besturen van verschillende liefdadigheidsinstellingen, wist hij zich zoo hij alle menschen bemind te maken, dat, toen hij na slechts eeenige jaren stierf, de heele stad naar zijn begrafenis kwam. De aartsbisschop van Smyrna, Mgr. Zacchetti, deed zelf de lijkmis. De consuls van Nederland, Duitschland en Oostenrijk waren aanwezig, en duizenden andere menschen van alle ras en stand stroomden toe om hem hun laatste liefdebewijzen te toonen.

In Armenië werkte lang en werkt nog Maternus Muré. Toen eenige jaren terug de Turken de Armeniërs vervolgden, bleef Pater Muré bij zijn kudde, verdroeg tallooze ontberingen, en was dikwijls in onmiddellijk levensgevaar. Meermalen ontving men daarom in Nederland een bericht, dat hij door de Turken gedood was.

In Brazilië arbeidde Benvenutus Poeil († 1918) veel voor de Katholieke pers. In Theophilo Ottoni richtte hij een Katholiek blad op en wijdde zich met ijver aan zijn taak van redacteur. ledereen beminde hem om zijn religieuze matigheid en heiligheid. Zijn begrafenis was een vreugdefeest en nog dagelijks vindt men lieden op zijn graf bidden. Op zijn sterfdag is het een ware processie naar het kerkhof, waar hij rust.

Samuel Tetteroo maakte zich in Brazilië vooral verdienstelijk door het vervaardigen van aardrijkskundige kaarten, waarvan verschillende door den Staat zelf werden overgenomen. Candidus Vroomans werkte als socioloog om een Katholieke partij in Brazilië te vormen.

Ook zijn verschillende Nederlandsche Minderbroeders als leden van andere provincies in de missie werkzaam. Chrysostomus Verwijst, te Uden geboren, vertrok reeds als knaap naar Amerika. Hier werd hij priester gewijd en arbeidde onder de Chippewa-Indianen van Wisconsin. Later trad hij in de Orde der Minderbroeders, maar na zijn Noviciaat wijdde hij zich weer aan de bekeering der Chippewas. Maar behalve dat hij veel voor de bekeering der Indianen deed, maakte hij zich nog verdienstelijk voor de taalkunde en de missiegeschiedenis. Hij schreef een grammaire en dictionnaire der Chippewa-taal, en drie werken over de missiegeschiedenis van het Amerikaansche Meren-gebied. Verleden jaar is de "Chrysostomus der Chippewas", zooals men hem noemt, op 84-jarigen leeftijd overleden.

In Chili werken ook verschillende Nederlanders, behoorend tot de Belgische Provincie: Aloysius Schoenmaeckers, Vitalis Gadet, Chrysostomus Horbach. Vooral is deze laatste bekend om zijn patronaatswerk in Iquique, waar hij honderden kinderen opvoedt. Interessant is het te vernemen, hoe hij voor de kleeding dezer kleinen zorgt. Afgedankte soldatenpakken bedelt hij voor dit doel bijeen, ontsmet ze zelf, en laat ze daarna door enkele vrouwen omnaaien. Het loon hiervoor verdient hij bovendien nog zelf door in zijn vrijen tijd schilderijtjes te maken. Verder vinden we nog Pater Hulsbosch (Fransche Provincie) in Marocco, Gerard Lunter (Engelsche Provincie) in China, Deodatus Jansen (Belgische Provincie) in Shanghai en nog eenige anderen in het Vicariaat der Belgische Minderbroeders in Hupeh.

Colofon