De Tijd, 18 december 1897
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Turksche "waarheidsliefde"

Eenigen tijd geleden werd gemeld dat de groote Mogendheden door haar consuls in Turkije een nauwkeurig onderzoek wilden instellen omtrent 1e. het aantal Armeniërs van Klein-Azië die, in de laatste jaren van moordenarij en vervolging, met geweld tot den Islam zijn "bekeerd", 2e. dat der armenische vrouwen en meisjes, weggevoerd en sedert in turksche harems gevangen gehouden, 3e. dat der van alles beroofde weduwen en weezen, 4e. dat der veroordeelden en dezer betrekkingen. Zoo men nu mocht verwachten dat de Mogendheden den Turk eindelijk eens mores zouden leeren, kent men de slapheid niet van het "Concert" en de "gladheid" van den cynisch onbeschaamden Turk nog minder!

Nauwelijks heeft deze van die dreigende enquête gehoord, of hij zorgt bij voorbaat haar te verijdelen. Evenals in de laatst-vorige jaren alle armenische gruwelen door en namens de Porte geloochend werden of, waar de feiten al te luide schreeuwden, althans alle schuld aan de Armeniërs zelven geweten werd, – evenzoo wordt ook thans die bedrieglijke voorstelling nog volgehouden en tevens een eerlijk onderzoek onmogelijk gemaakt. De Porte-zelve veinsde geenerlei bezwaar tegen een enquête te hebben, maar heimelijk liet intusschen de Sultan door zijn secretaris aan alle provinciale gouverneurs of wali's strenge instructies geven, hoe zij het onderzoek der consuls moeten beletten!

Het tijdschrift La Terre Sainte deelt nl, met de commentaren van zijn directeur pater Charmetant, den tekst mede van die geheime telegraphische circulaire, onder dagteekening 1/13 Sept. jl. door Tahsin-bey, den eerste-secretaris des Sultans, aan alle wali's van het Turksche Rijk gezonden. Daarin wordt meegedeeld welk onderzoek door de Mogendheden gelast is, en dan volgt onmiddellijk de oude drieste bewering dat niet de Armeniërs door de Muzelmannen, maar omgekeerd de Muzelmannen door de Armeniërs zijn aangevallen en hun vrouwen en kinderen door dezen hebben zien wegvoeren (!), terwijl van het tegenovergestelde heelemaal geen spraak mag zijn! Daar echter het onderzoek der consuls "schadelijk voor de keizerlijke Regeering" zou wezen (Waarom? Als toch de onschuld der Muzelmannen zoo prachtig zou kunnen blijken!), moeten de wali's, zoodra zij iets van zoodanig onderzoek bespeuren, ter voorkoming van die schadelijke "leugens" en "lasteringen" de noodige maatregelen nemen om ze te beletten en tevens den Sultan daarvan kennisgeven, "gelijk de plicht van toewijding dit vordert". Handelen zij anders, dan zullen zij verantwoordelijk zijn en beschouwd worden als verraders tegen de Regeering en tegen den Islam. Ook moeten zij de geweldplegingen en aanvallen in het licht stellen, "waaraan de Armeniërs zich tengevolge van dit optreden der consuls zullen schuldig maken." En aan het slot herhaalt de secretaris uitdrukkelijk dat hij, eerste-secretaris, dit alles gelast op bevel van Z.M. den Sultan, opdat zij alle noodige voorzorgen zouden nemen en overeenkomstig dit keizerlijk iradé al hun ijver daaraan zouden besteden.

Dat de Sultan in deze circulaire, door de nalatigen bij voorbaat als "verraders van den Islam" te brandmerken, zelfs een beroep doet op het fanatisme der Muzelmannen, belooft voor de naaste toekomst der Armeniërs zeker niet veel goeds, en strekt misschien mede reeds tot verklaring van de vele geheimzinnige arrestatiën van Armeniërs, die in den laatsten tijd hebben plaats gehad. Maar het meest van al, zegt genoemd tijdschrift, moet men zich verbazen over de onbeschaamdheid, waarmede in dit stuk de gewelddadige "bekeeringen" en het gevangen houden van vrouwen en meisjes geloochend worden, als te Konstantinopel iedereen weet dat de armenische patriarch van Koem-Kapoe een lange, ofschoon ver van volledige, naamlijst van die slachtoffers bezit, wier bevrijding hij sinds geruimen tijd en bij herhaling tevergeefs heeft aangevraagd! Ook de redactie van La Terre Sainte heeft een lijst van zoodanige slachtoffers uit zekere districten in haar bezit, en zal die zoo noodig publiceeren, om te toonen hoeveel waarde de officiëele beweringen der Turken hebben.

Colofon