De Tijd, 18 december 1894
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenland - Algemeen overzicht

De zaak der "Armenische Gruwelen", mede behoorende tot de eeuwigdurende Oostersche Quaestie, zou eigenlijk tot inmenging van alle groote mogendheden kunnen aanleiding geven, of althans tot die der europeesche, welke in 1878 het Tractaat yan Berlijn onderteekend hebben. De amerikaansche consul Jewett van Siwas is trouwens alweder geëclipseerd. Maar ook de Triple-Alliantie maakt er zich niet warm voor; zoodat ten slotte Engeland, Rusland en Frankrijk over blijven om het der Porte lastig te maken. Volgens den weener correspondent van den londenschen Standard heeft Duitschland bij het Oosten geen belang, en willen Oostenrijk en Italië hun inwerking als leden der europeesche rechtbank uit beleefdheid aan Engeland en Rusland overdragen, terwijl Frankrijk natuurlijk gaarne in alles met Rusland meedoet. Volgens den constantinopelschen correspondent van het Daily News hebben dan ook reeds een russische en een fransche ambtenaar zich met den britschen consul te Bitlis tot een nieuwe enquêtecommissie vereenigd, om de turksche enquête te controleeren en aan te vullen, niettegenstaande de Groot-Vizier maar steeds verzekert dat de berichten overdreven zijn en men in elk geval het resultaat der turksche enquê te diende af te wachten. Engeland echter is in de allereerste plaats verantwoordelijk, daar het bij den aankoop van Cyprus zich verplicht heeft, Klein-Azië tegen elken inval van buiten (dus ook van Rusland!) te verdedigen, en op het Berlijnsche Congres Turkije's naleving der belofte tot invoering van hervormingen gewaarborgd heeft. Juist thans, nu de verhouding tusschen Engeland en Rusland zoo vriendschappelijk is, schijnt het oogenblik voor een afdoend doortasten bijzonder geschikt.

Wat overigens Engelands welwillendheid jegens Rusland betreft, daar zal laatstgenoemd Rijk heel practisch partij van trekken, behalve door een nieuwe leening te Londen, ook door de langbegeerde vrije vaart door de Dardanellen te verkrijgen. Onder de Russische zee-officieren te Odessa geldt dit reeds als een uitgemaakte zaak! Bij het sluiten der leening schijnt intusschen ook door Rothschild heel handig het ijzer gesmeeed te zijn terwijl het heet was. Volgens de Jewish Chronicle althans zou de zachtere gezindheid van den Czaar jegens de joden in Rusland eigenlijk voor een groot deel een gedwongen traaiigheid zijn, door dien Rothschild dit eenvoudig als voorwaarde voor het plaatsen der leening had gesteld!

Colofon