De Tijd, 17 april 1909
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De toestand in Turkije - Tijdingen uit Adana en Mersina

KONSTANTINOPEL, 16 April. (Reuter). Volgens de laatste tijdingen uit Adana en Mersina is het oproer te Mersina van ernstiger aard dan eerst was gemeld. Thans wordt gemeld, dat een groot aantal Christenen gedood zijn en dat in den afgeloopen nacht de aanvallen der Moslims voortduurden.

De Britsche vice-consul te Mersina is naar vertrokken.

MERSINA, 16 April. (Reuter.) Tengevolge van de onlusten te Adana hebben de consuls der mogendheden dringend de uitzending van orlogsschepen gevraagd.

KONSTANTINOPEL, 16 April. (Reuter.) De onlusten te Adana duren voort. De staat van beleg is afgekondigd. Troepen zijn uitgezonden.

MERSINA, 16 April. (Reuter.) Sedert gisteravond duurt de slachting onder Armeniërs te Adana voort. De troepen zijn niet in staat de orde te herstellen. De soldaten beginnen te plunderen.

KONSTANTINOPEL, 16 April. (Reuter.) Bij de moorden te Adana werden twee Amerikaansche geestelijken gedood en de Engelsche consul gewond.

ATHENE, 16 April. (Reuter.) De moorden hebben plaats over het geheele vilayet Adana. In het plaatsje Tarsus begonnen zij. Eenige huizen werden in brand gestoken. Men kan het aantal slachtoffers nog niet opgeven.

Colofon