De Tijd, 17 december 1894
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenland - Algemeen overzicht

Amerika's inmenging in zake de "armenische gruwelen" is nu weder geheel op nul gereduceerd. Toen de Sultan aan Cleveland vroeg om ook zijnerzijds een lid voor de turksche commissie van enquête te benoemen, werd, na eenige aarzeling, de amerikaansche consul Jewett te Siwas door Cleveland aangewezen om de enquêtecommissie... te "vergezellen". Hij zou dus enkel meeloopen, als een soort van dwarskijker, zonder persoonlijke verantwoordelijkheid, noch voor zich, noch voor Cleveland, noch voor de noord-amerikaansche Unie. Dat beviel den Sultan niet, en in stede van Cleveland voor zijn medewerking dank te zeggen, heeft hij te Washington, alsof Clevelands aanwijzing van Jewett nog niet geschied ware, eenvoudig zijn verzoek om Clevelands medewerking laten... intrekken; zoodat Jewett zijn gereedstaande koffers weer kan uitpakken en doodbedaard te Siwas blijven. – De enquête-commissie is trouwens reeds lang op reis en zit al diep... in de sneeuw te Erzingjan, waar zij den hoofdschuldige in de "gruwelen", Zekki-pasja, voor zich heeft gedaagd en o.a. reeds bevestigd vondt dat de wesleyaansche zendeling dr Wenlyon, wegens partijtrekken voor de arme Armeniërs, drie weken wederrechtelijk gevangen heeft gezeten.

De constantinopelsche correspondent van den Standard waarschuwt dat men geen te groote verwachtingen moet koesteren van het optreden der Mogendheden, Engeland, Frankrijk en Rusland, in het belang der ongelukkige armenische bevolking. Ingrijpende maatregelen, die den vrede in gevaar zouden kunnen brengen, zullen niet genomen worden; maar men hoopt, dat de Mogendheden de Porte aan het verstand zullen brengen, dat het in haar eigen belang is, eenige hervormingen in de armenische provinciën in te voeren.

Dat ware zeker het verstandigst voor het behoud van den vrede; maar de engelsche Regeering kan ondanks zich zelve door de nog steeds voortdurende agitatie der voor haar politiek onmisbare protestantsche dissenters allicht verder gedreven worden dan de lords Rosebery en Kimberley, bij meer kalmte, zouden wenschen. Evenals in de dagen van de "bulgaarsche gruwelen" worden ook thans in Engeland en Schotland tallooze protest- of verontwaardigings-vergaderingen gehouden, waar luide om bestraffing van Zekki en zelfs om Engelands gewapende interventie ten behoeve van de verdrukte Christenen geroepen wordt. Al komt er een wereldoorlog van, en al zou Armenië, ja heel Klein-Azië door Rusland ingeslokt worden, het kan dezen blinden ijveraars hoegenaamd niets schelen, als Zekki maar gestraft wordt, en de christenen redding vinden! Tevergeefs roepen meer bezadigde lieden om eenig geduld, opdat ten minste vóór alles blijke, of de berichten aangaande de "gruwelen" niet schromelijk overdreven zijn. – "Dat zou zoo'n wonder niet wezen.", schrijft in de Times een kapitein, die in 1890 den britschen consul Biliotti bij diens enquête in zake de "gruwelen op het eiland Creta" vergezeld heeft, "want toen is gebleken dat juist de ijselijkste verhalen louter verzinsels waren, meestal afkomstig van een stelselmatige leugenfabriek te Athene". – Ook Woods-pasja houdt zich overtuigd dat die atheensche leugenfabriek weder in volle werking geweest is, om "gruwelen" deels te verzinnen deels te overdrijven. Maar met-dat-al houdt de verontwaardigingsopwinding aan. De Punch geeft deze getrouw weder door den Sultan voor te stellen als "den ouden zondaar", tegen wien Europa het zwaard van het Berlijnsche Tractaat dreigend opgeheven houdt; terwijl de islam wordt voorgesteld als een roode woedende wolf, en de Turken als "osmanische horden, die van roof en moorden ontucht leven". – Rustem-pasja, de turksche ambassadeur te Londen, zal over die teekening zeker weinig gesticht zijn!

Colofon