De Tijd, 13 december 1934
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Morgenland-missie - Een verdrukt volk

Uit het Morgenland komt het licht, schreven we hierboven naar aanleiding van een nieuwe vertooning der decadentie in het Avondland.

Onze protestantsche landgenooten doen niet aan heiligenvereering, maar ze verbreiden het Evangelie. Ze voelen niet voor Sint Nicolaas, bisschop van Myra in Klein Azië, deelnemer aan het concilie van Nicea, en die als wonder- en weldoener een geliefde volksheilige is tot den dag van heden. Maar binnen het octaaf van zijn feestdag, den eersten Zondag na 6 December, vieren zij den "dag van den gulden regel". Er bestaat namelijk een "Morgenland-zending in Nederland" met een eigen orgaan en gewijd aan het lijdende, christelijk Armenië, waar ook een Hollandsche zendeling werkzaam is. De dag van den gulden regel is in het bijzonder bestemd voor het steunen van den zendingsarbeid aldaar.

Zooals de christelijke "Amsterdammer" herinnert, zijn de Armeniërs vaak vreeselijk vervolgd. Ruim 100 jaar geleden richtten de Turken een bloedbad aan onder de Grieksche Christenen in Constantinopel. In 1860 barstte een vervolging los over de Christenen in Syrië, waarbij er ongeveer 16.000 werden gedood. Toen de vervolging ophield, liepen ruim 120.000 Christenen als ballingen rond. Frankrijk wilde te hulp komen, maar Engeland hield dit tegen uit politieke overwegingen, en sloeg daardoor een jammerlijk figuur.

In 1895 en 1896 werden in Turksch-Armenië wederom duizenden Christenen omgebracht. Waarom? De Armeniërs wonnen het van de Turken in beschaving. Ze werden dientengevolge nogal eens in hooge ambten gekozen. De Turken konden dat niet hebben en zochten oorzaak tegen hen. Onbeschrijflijk is het leed, dat in die jaren de Armeniërs hebben uitgestaan. Een storm van verontwaardiging daverde over de wereld, ook over ons land. Er werd toen veel voor de noodlijdende Armeniërs ingezameld. Wederom zag men naar de mogendheden. Zouden die nu te hulp komen? Zouden ze den Turk niet tot rede brengen? Men durfde het hopen, toen Gladstone in het Engelsche Parlement den Sultan van Turkije "den groot-moordenaar op den troon te Stamboel" durfde noemen. Maar verder kwam het niet. Tot daden ging men niet over. Men vroeg naar politiek belang en niet naar recht. En het geschreeuw van die duizenden Armeniërs ging onder in dat politiek gedoe.

De vervolging der Armeniërs door de Turken tijdens den wereldoorlog ligt nog versch in het geheugen van de wereld, wier schande die afschuwelijke vervolging is geworden. Tot tweemaal toe bereisde Mgr. Terzian Europa en ook ons land om hulp voor zijn beproefde volk. Het is het volk van de eerste overleveringen der menschheid om Arrarat, Tigris en Euphraat en het licht van de ster in de duisternissen. De christelijke Amsterdammer, die aan de vervolgingen herinnert, zegt;

"Ziedaar iets uit de geschiedenis van het lijden en strijden van deze menschen, die voor een deel tot de Roomsche Kerk behooren, voor een deel een afzonderlijke Kerk vormen, die tot de Grieksche Kerk toenadering toont, en voor een derde deel, onder den invloed van Amerikaansche Zendelingen, een Evangelische Kerk vormen. Men wil, dat de Apostel Thaddeus hier het EvangeĆ¼e verkondigd heeft. Hoe het zij, ook de geschiedenis van de Armeniërs is er een van bloed en tranen. Ontzettend is door hen geleden. Geen wonder, dat in die dagen van vervolgingen een vaste dag werd gesteld, om hen in hun nood te gedenken: de dag van den gulden regel, waarmede men zeggen wil, dat men het tot een gewenning wil laten worden, om eenmaal per jaar in ieder geval aan Armenië te denken door gebed en door het afzonderen van gaven."

Voor Katholieken bestaat nog meer aanleiding om dit volk van Christus te gedenken, dat ondanks de beproevingen, die over zijn geslachten zijn gevallen, de katholieke leer en gebruiken trouw is gebleven. In vele landen zijn dan ook hulpfondsen gevormd om de katholieke. Armeniërs te hulp te komen. In ons land belast zich daarmede de Nederlandsche Missievereeniging.

Colofon