De Tijd, 11 augustus 1903
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenland

Het duitsche sociaal-democratische hoofdorgaan Vorwärts, bevat een zeer merkwaardige brief uit Odessa over de arbeidersonlusten, die in het zuidwesten van Rusland zijn uitgebroken en daar een tot nu toe ongekende beweging veroorzaken.

De oorzaak dezer troebelen worden door den schrijver, die zelf sociaaldemocraat is, niet slechts toegeschreven aan ernstige en gegronde klachten over den economischen toestand van de werklieden, maar vooral aan nationale en politieke oorzaken. In den Kaukasus wonen verscheiden volkeren samen en de Regeering tracht deze op de meest onrechtvaardige en onhandige wijze te russificeeren. Reeds onder den gouverneur van den Kaukasus, Dundokoff Karsakoff bestond er reden voor verzet, zegt de briefschrijver, maar onder diens opvolger Galitzin is het nog erger geworden.

Er waren daar o.a. tal van Armeniërs, die, aan de heerschappij der Turken ontvlucht, eerst zeer waren ingenomen met de russische vrijheid en nu zich beroofd zien van het recht om eigen scholen, volksbibliotheken en weldadigheidsgestichten te onderhouden. Hun pers wordt bemoeilijkt en de kerkelijke goederen worden geroofd. Dientengevolge hebben de Armeniërs zich bij de andere vijanden van het russische bestuur krachtig aangesloten, en die vijanden zijn vele niet-Russen, die van de russificatie zoozeer te lijden hebben.

De briefschrijver-zelf zegt, dat aan dien toestand de sociaal-democratie veel dankt voor haar groote uitbreiding in die streken. Zij was het, die erin slaagde die anders onderling vijandige bevolking te verreenigen.

Colofon