De Gids, 28 oktober 1895
Bron: de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Buitenlandsch overzicht – Herfstgehuil

Medelijden voor de Armeniërs!

Hun grootsche land, als een hooge vesting gebouwd op de plek waar de machten van Europa en Azië te zamen komen. De enkele reiziger die zich in die rooverstreken waagt, treft in de wildernis van bergen de overblijfsels aan van koningsburchten en marmeren paleizen, een brok geschiedenis, vervlogen als een droomspiegeling en vaag fluisterend van vergeten dingen.

Toen de middeneeuwen begonnen af te loopen heeft daar de groote volkenstorm geheerscht, en Timoer, de krijgsgod, vertrapte met zijn manken voet het laatste vonkje van zelfstandigheid der Armenische macht.

De regeering der Osmaansche Turken, met hun flink ruw organiseeringstalent, werd daarop in de 16e eeuw een geluk voor het land. Het was de tijd dat in Westelijk Europa om den godsdienst geoorloogd werd en gruwelen voorvielen, die in alles - men versta mij wel: in alles, tot het wegvoeren der vrouwen en jongens, tot het afstooten in diepten toe, – op de Armenische gruwelen van vandaag geleken. De verdraagzamen van toen waren de Turken.

Maar het Armenische volksbestaan vergroeide onder den krachtigen druk. Armeniërs verspreidden zich over het Turksche rijk en verder; en ze leefden als de Joden, listig, nederig, begeerig naar macht en naar geld dat macht geeft, machtig soms, dan weer teruggedrongen. Europa, dat hen als mindersoortige Christenen liefhad en verachtte, kwam helpen om hen te desorganiseeren. Het stookte godsdiensttwisten, door zijn zendelingen, tusschen half mohammedaansche, zuiver Armenische en katholieke Armeniërs.

Thans is Europa sinds een eeuw bezig, om ook het Turksche rijk in zijn noodlottig verval te helpen, en de verdorven macht der Osmanen staat zwak en onhandig en brutaal voor het vraagstuk: hoe orde te brengen onder de verfijnde, verdorven en ongerept ruwe en ongerept domme bestanddeelen van zijn gebied!

Kon Turkije de Koerden van Koerdistan maar inrichten tot een troepenvoorraad, evenals Rusland partij heeft weten te trekken van zijn steppenkozakken!

Rusland is geslaagd en heeft, door die wilde materie onder de knie te krijgen, een element vermeesterd waardoor zijn uitbreidingsvermogen oneindig is vergroot. Maar de administratie die van St. Petersburg uitgaat is geheel iets anders dan de onmachtige directie van Constantinopel: een sultan tusschen duizend vreezen voor intrigeerende ambtenaren, woelziek gepeupel, trotsche geloovigen en uit de hoogte sprekende vreemdelingen. De provincie is aan haar lot overgelaten. Rooven en moorden de Koerden, die zich zelf voelen als den steun van de monarchie, de stadhouders doen mee, zoolang het hun vergund is om hun macht uit te oefenen. En de arme Armeniërs betalen het gelag, en zinnen op wraak, en krijgen dubbel slaag.

Ginds, verweg van hun stamland, in Constantinopel, in Alexandrië, in Londen, in Genève, verbeelden zich de verspreide Armeniers dat uit al die verwarring nog eenmaal een Groot-Armenië met den bloei van zijn verloren droomgrootheid te voorschijn zal komen, en zij doen hun best om de verwarring te vermeerderen.

Europa, onderwijl, dat zich groot houdt, drijft zijn hervormingsvoorstellen bij de Porte door, en Engeland, half barsch, half christelijk, verricht met groot vertoon een broddelwerk.

Hervormingen!

Een blad papier in 't slijk gerold door ijskoude herfstbuien!

Colofon