Het Centrum, 7 december 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De oorlog - Z. H. de Paus

heeft volgens een Stefani-telegram – van onzen eigen Romeinschen correspondent ontvingen we nog geen telegram – in zijn toespraak tot het consistorie opnieuw verzekerd, hoezeer hij de verschrikkingen van den oorlog bertreurt en stilgestaan bij de droeve en noodlottige gevolgen van den oorlog voor de menschheid.

Z. H. sprak woorden van innig mededoogen met de Armeniërs, onder wie vreeselijke bloedbaden worden aangericht door de Turken.

Z. H. drong er op aan, dat er spoedig een rechtvaardige, duurzame vrede zal worden gesloten, welke niet voor een enkele der oorlogvoerenden voordeelig zal zijn.

In zijn slotwoord zeide Z. H., dat ondanks den goede wil, door het openbaar gezag in Italië getoond, de staat van oorlog nog duidelijker het abnormale van den toestand, waarin de Heilige Stoel verkeert, doet uitkomen.

De Daily News wijdt een hoofdartikel aan het jongste ontzettende verslag van Lord Bryce over de Armeensche gruwelen.

Langzamerhand, zegt het blad, is men gewoon geraakt aan het vernemen van de verschrikkelijke dingen, zoodat mannen en vrouwen wier zenuwen reeds sterk op de proef worden gesteld door een ongeluk op straat, thans bijkans onbewogen de verhalen lezen over den doodsstrijd van gansche bevolkingen, van dappere mannen bij duizenden geslacht, van verkrachte en gemartelde vrouwen, van mishandelde kinderen, overgelaten aan den dood. Praktische maatregelen tegen een lijden, dat tot monsterachtige hoogte is gestegen, zijn grootendeels onmogelijk geworden. De menschelijke geest is verlamd door het doffe gevoel van universeele machteloosheid. De Amerikanen hebben een schitterend record, wat betreft een hulpverleening, waar die maar mogelijk was en in alle deelen der wereld. Maar zij hebben niets kunnen doen tot redding van de 500,000 Armeniërs, die volgens Lord Bryce's hedendaagsch bericht, dat op de meest betrouwbare getuigenissen steunt tot 15 Aug. toe het leven hebben verloren. Het blad brengt dan eenige bijzonderheden van het genoemde bericht in herinnering. Sinds de Quincey zijn beroemde fantasie schreef, vervolgt het blad, zijn geen tooneelen beschreven als die van de waarachtige feiten in den doodsstrijd van Servië en Armenië. De vlucht der Kalmuksche Tartaren verbleekt in zijn prachtig vertelde bijzonderheden bij de sobere verslagen van de ondenkbare gruwelen, gegeven door Lord Bryce en Mme Grouitch. Het is moeilijk te zeggen, welk der twee treurspelen het vreeselijkst is. Misschien over treffen de verschrikkingen in de Armenische provincies nog de rampen in Servië door de beestachtige brutaliteit der vervolgers, maar het leed van beiden is even erg. De menschheid kan slechts het gezicht van deze teafereelen afwenden. Geen latere overwinning kan de vlekken uitwisschen.

Het is thans niet in onze macht om hulp te verleenen. Maar een niet af te wentelen plicht rust op het beschaafde deel der menschheid. Wij moeten, zooals Lord Bryce zegt, deze onzegbare misdaden steeds in het geheugen houden tot op den eindelijken dag der afrekening die wellicht niet ver meer is. De Turken en Koerden handelen naar hun bekende geaardheid en hun woestheden zullen ten slotte uit het geheugen der beschaafde menschheid verdwijnen evenals de bloeddorst van andere wilde volken; maar het zal niet worden vergeten tot de onbetwistbare schande van Duitschland, dat de artillerie, die de hulpelooze Armeniërs te Musch heeft neergemaaid, onder bevel stonden van Duitsche officieren.

Colofon