Het Centrum, 5 november 1919
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Het uitgemoorde volk

Lord Bryce – zoo verneemt het H.N. uit Londen – heeft bij de vertooning van een film, op welke afgebeeld werd hoe de Turken tegen de Armeniërs optraden, waarin hij zeide, dat alle beschuldigingen in het Blaauwboek vervat volkomen waar zijn. Het is niet zoo heel moeilijk – zei hij verder – om de Turken uit Armenië te verdrijven, maar een andere zaak is het, een nieuwe regeering te vestigen. De Turken hebben vele districten geheel ontvolkt en de voornaamste Armenische burgers omgebracht. Er doen zich groote moeilijkheden voor bij de vorming van een nieuw en bekwaam bestuur. Algemeen is men van oordeel, dat een christelijke mogendheid behoorde tusschenbeide te komen en de Armeniërs zelf hopen, dat de V.S. het mandaat over Armenië zullen aannemen. Maar de V.S. hebben het vredesverdrag nog niet aanvaard en ook nog niet verklaard, of zij zich willen aansluiten bij den Volderenbond. Het Amerikaansche volk moet zelf oordeelen, maar op het oogenblik heeft men de kwestie moeten uitstellen. Het regime van de Turken te herstellen zou een misdaad zijn tegen de beschaving, maar het Armenische volk zal nog wat langer moeten wachten. Lord Bryce hoopte echter, dat binnen eenige maanden de crisis volkomen opgelost zal zijn.

Colofon