Het Centrum, 4 oktober 1919
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De vervolging van Christenen

Onlangs, zegt de Msb., publiceerden wij een beroep van den Patriarch der Armeensche katholieken Paulus Petrus XIII op de liefdadigheid der Hollandsche katholieken ten gunste der zwaar beproefde Armeensche christenen. Om een beeld te geven van het droeve lot der arme vervolgden, ontleent het blad eenige bijzonderheden aan een brief van den patriarch aan een familie hier ten lande.

De patriarch schrijft: Het is boven elke twijfel verheven, dat de Jong-Turken bij de afkondiging der grondwet in Turkije in 1908 het vaste besluit hadden gemaakt alle Armeniërs uit te roeien, hetgeen zij bewezen in 1909, toen bij de moorden te Adana 30.000 Armeniërs als slachtoffers vielen.

Deze Jong-Turken, die altijd naar een gelegenheid zochten, om hun sinistere plan ten uitvoer te brengen, hebben in den oorlog een gunstige factor gevonden, om hun program ten uitvoer te brengen.

Door hun redevoeringen in openbare bijeenkomsten werd het fanatisme van den Muzelman aangehitst, de invloed der patriarchen verzwakt en tenslotte werden Turksche benden gewapend met de toezegging, dat de goederen der ter dood gebrachten aan hen zouden komen. Zelfs werd verklaard dat de Armeniërs geen recht op bezit hadden.

Deze keer waren de moordpartijen niet zooals vroeger tot de een of andere plaat beperkt; integendeel onder voorwendsel van militaire noodzakelijkheid, ondernam de regeering, met een duivelschen haat bezield, deportaties en masse om de Armeniërs in geheel Turkije te verdelgen. Vooral de geestelijkheid moest het ontgelden.

In groote groepen werd de bevolking naar verafgelegen plaatsen gedeporteerd en onderweg scheidde men de priesters van de geloovigen, de vrouwen van de mannen en de kinderen van de ouders. Eenmaal buiten de stad of dorp werden de ongelukkigen opgewacht door gewapende benden en roovers en zelfs Turksche vrouwen en meisjes, die gereed stonden hen te bestelen en met geweren, stokken en bijlen neer te slaan.

De vrouwen en meisjes werden naar de harems overgebracht, terwijl eenige kinderen in het weeshuis werden geplaatst, om in den Mohammedaanschen godsdienst te worden opgevoed.

Armenië is één groot kerkhof.

Colofon