Het Centrum, 3 januari 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Turkije wil zich bekeeren

Aan den Weenschen medewerker van het Berl. Tagebl. heeft de Turksche minister Djavid Bei aan het slot van het interview o.a. het volgende verklaard: Het algemeen belang, dat alle handeldrijvende naties en in het bijzonder wel de Russen hechten aan de vrije doorvaart door de Dardanellen is zeer begrijpelijk en indien Turkije niet meer door allerlei gevaren bedreigd wordt, waardoor zijn grondgebied zelf gevaar loopt zal het middelen weten te vinden, om handelsschepen door te laten, zoowel in vredes- als in oorlogstijden. In ieder geval koesteren wij den oprechten wensch met het democratische Rusland, dat verder afziet van imperialistische doeleinden in duurzame en oprechten vrede te leven. Over de toekomst der Armeensche bevolking zeide de minister: De Armeniërs hebben onder de militaire maatregelen en den onmiddellijken invloed van den oorlog veel te lijden gehad. Het zal een der eerste zorgen van de Turksche regeering zijn, om na het sluiten van den vrede de middelen te vinden, om ook den Armeniërs het lijden van den oorlog te doen vergeten. In het nieuwe Turkije, dat bevrijd zal zijn van druk van buiten af, en dat zich scharen wil in de rij der democratische staten van Europa, zullen alle naties van het Osmaansche rijk gelegenheid vinden zich vrij te ontwikkelen.

Hm!

De historie van het Turksche volk biedt helaas niet veel hoop.

Colofon