Het Centrum, 29 oktober 1926
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Ingezonden stukken - Nieuwe ellende in Armenië

Als hoogleeraar aan de universiteit van Erivan uitgenoodigd om in Holland lezingen te houden over Armenische kunst en letterkunde en om geestelijke banden tusschen de beide landen tot stand te brengen, verneem ik dat een nieuwe ramp mijn arm vaderland getroffen heeft. Het vierde gedeelte van de huizen van Erivan, de hoofdstad van de republiek Armenië, ligt in puin; de helft van Leninakan (het voormalig Alexandropol), de tweede stad van Armenië, is totaal verwoest, zonder nog te spreken van tientallen dorpen en van duizenden dooden en gewonden.

Men kent helaas slechts zeer onvoldoende dit land en dit volk, dat, slachtoffer van verschrikkelijke tegenspoeden, door zijn groot lijden eenig is in de geschiedenis der volken. Het Armenische volk, gesproten uit de groote Indo-Europeesche familie, heeft zich vele eeuwen voor onze tijdrekening gevestigd aan den voet van den berg Ararat. In de tweede eeuw werd een groot deel der Armeniërs gekerstend en droeg het Nieuwe Woord tot in verre landen, tot in Toscane zelfs, waar St. Miniato, door het volk genoemd de "Koning der Armeniërs", in het jaar 250 de leer van Christus bracht.

In 301, twaalf jaar vóór Constatijn den Grooten, onder koning Tiridat III, is Armenië het eerste land, dat het Christendom als staatsgodsdienst aanneemt. En sindsdien droeg het Armeensche volk, omringd door ontelbaren vijanden, het wreedste martelaarschap, dat ooit een volk heeft gekend. Aangevallen door de Perzen, overloopen door de Arabieren, uitgemoord door de Seldjoekische, later door de Osmaanse Turken, heeft dit volk toch in de loop der eeuwen een geheel origineele cultuur weten te scheppen, waarvan de invloed op andere culturen in onzen tijd bestudeerd is door eminente geleerden als Jozef Stryjigovski, Schlumberger, Meillet, Charles Dihl, etc.

Vanaf de vijfde eeuw wordt Armenië een lichtend centrum van kunsten en letterkunde. Het schept een architectuur, die volgens de algemeen aanvaarde hedendaagsche opinie het prototype is van den Romaanschen en Gothischen stijl. Het zendt zijn ingenieurs naar alle naburige landen; het draagt bij tot de vorming van het Byzantijnse rijk door een deel van zijn aristocratie, zijn leger, zijn wetgeleerden, zijn denkers, en zijn soldaten af te staan, waarvan 13 mannen en 8 vrouwen den troon hebben bestegen.

Heel de middeleeuwen door, overstroomd door horden van barbaren, wisselt Armenië van hoofdstad, strijd en vecht voor de handhaving van zijn godsdienst, taal en cultuur.

Vol vuur vereenigen de Armeniërs zich met de kruisvaarders bij hun aankomst en strijden gezamenlijk met hen tegen den geesel der Mohammedanen, die het nabije Oosten beheerscht.

In de veertiende eeuw verliezen zij hun onafhankelijkheid en het vroegere bloeiende land wordt voor vele eeuwen een verschrikkelijke hel.

De duisternis der onwetendheid en intellectuele ontaarding veroorzaakt door overwinnende rooverbenden, heeft nooit het onuitroeibare geloof aan het Armeensche volk in zijn toekomst en zijn vrijheid kunnen uitdooven. Alleen en verlaten in dezen uithoek, ver van Europa, te midden van wilde en wreede rassen, gebukt onder het zware juk van een machtige tyrannie, waartegen elke poging van verzet slechts rampen kon veroorzaken, heeft de Armeensche natie geen minuut zijn edel verleden, noch zijn zending (volgens Leon Bloy de meest mysterieuze, die de geschiedenis kent), vergeten.

In 1895-'96 komen 300.000 Armeniërs om, op bevel van Abdoel-Hamid, sultan der Turken. In 1914, bij het begin van den grooten oorlog, waanden de Armeniërs den dag van hun bevrijding aangebroken. Zij vormen bataljons, verschaffen aan Rusland meer dan 200.000 soldaten, vechten aan alle fronten. De Turken, gebruikmakend van de omstandigheden, verdelgen meer dan één millioen van de vier millioen Armeniërs.

De geallieerden beloven gedurende den oorlog plechtig de onafhankelijkheid van Armenië, omdat ze zoogenaamd vechten voor de bevrijding van onderdrukte volken. Het verdrag van Sivres wordt slechts een vodje papier, en de heerschers van Europa verraden nogmaals een volk, dat hun alles heeft geofferd.

In 1917 trekt de rest van het Armeensche leger zich terug in de Russische provincies van het land, zet den strijd voort en roept de onafhankelijkheid van Armenië uit. In drie jaren verdragen de Armeniërs, uitgehongerd, zonder geld, ongewapend, drie oorlogen. In 1919 worden zij aangevallen door het Turksche en Bolsjewistische leger; na een maand van weerstand geven zij het op. Gedwongen van twee kwaden éën te kiezen, moet Armenië in het verband der vereenigde Sovjet-republieken treden.

Met een millioen inwoners, in een totaal geruïneerd land, waarvan de steden verbrand zijn door de overweldigers, waarvan de dorpen door kanonnen zijn verwoest, heeft de jonge republiek een ongehoorde poging gedaan om zich te organiseeren en haar cultureel te herstellen. Terwijl duizenden menschen in de straten van honger stierven en meer dan honderduizend weezen, zich voedend met gras, in de bergen zwierven, stichtte de regeering een universtiteit met vijf faculteiten en 1400 studenten, opende ontelbare scholen, musea, bibliotheken. In vijf jaar heeft men den grootsten tunnel van Rusland geboord, vele irrigatie-werken uitgegraven, electrische centrales, steden en dorpen gebouwd, spoorwegen aangelegd, en dat alles bijna zonder hulp van buiten.

Dr. Nansen, de groote Noorsche ontdekkingsreiziger, die vóór eenige maanden in Armenië was, sprak voor de vergadering van den Volkenbond zijn bewondering en groote verbazing uit over dit taaie, werkzame en intelligente volk. Allen, die in den laatsten tijd Armenië bezocht hebben, zijn het er over eens, dat dit kleine volk als voorbeeld behoort te dienen van alle bewoners van het nabije Oosten. Indien de plaatsruimte mij het veroorloofde, zou ik hiervan talrijke getuigenissen van Amerikanen, Engelschen, Russen e.a. kunnen achterhalen.

Dit volk, dat gedurende twintig eeuwen zijn lichaam heeft gegeven aan vreeselijke martelingen, om zijn katholieken godsdienst en zijn geest te redden, is thans opnieuw met een ontzettende ramp geslagen. De stad Leninakan was het tehuis van 40.000 weezen, die daar waren ondergebracht en werden opgevoed. Bij de kou, die er heerscht, moeten zij thans op straat verkeeren. Erivan, dat vóór den oorlog slechts een stad van 25.000 inwoners was, telt er heden 100.000. Honderd verwoeste huizen, met zooveel offers en inspanning gebouwd, in één dag vernield, wil zeggen dat een groot deel van haar bevolking dakloos is.

Ik hoop dus, zij het eenigszins gewaagd, het gemoed te vatten der menschen van het hart. In dit zoo rustige, rijke en gelukkige land, waarvan ik het genie bewonder en dat ik als voorbeeld zou willen stellen voor mijn volk.

Zou het te veel zijn, als ik mij tot de Christenen van Holland wendend, hun zeide dat er verheven plichten bestaan jegens dit eerste christenvolk, dat zoozeer heeft geleden voor het gemeenschappelijk geloof en het ideaal, dat ons allen verlicht?

Mijn gevoel zegt van niet. Ik ben er zeker van, dat deze oproep niet zal zijn een stem in de woestijn, en dat edele menschen van hart en geest de broederhand zullen reiken aan een zuster-natie, al is deze ver van haar verwijderd.

CONSTANT ZARIAN

Colofon