Het Centrum, 26 februari 1917
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Balfour over de Armeensche gruwelen

Balfour heeft het volgende telegram aan 't Amerikaansche comité ter ondersteuning van de armeniërs gezonden:

Het lijden van de Armeniërs in het Turksche rijk is bekend, maar het is de vraag, of men een klaar besef heeft van de bedreven gruwelen. Twee jaar geleden waren er 1,800,000 Armeniërs in het Turksche rijk; van hen werden er 1,200,000 vermoord of weggevoerd. Zij, die vermoord zijn, hadden wel afschuwelijke gruwelen te verduren, maar ontkwamen toch aan den langen doodsstrijd van de gedeporteerde mannen, vrouwen en kinderen. Zonder levensmiddelen, zonder bescherming tegen het klimaat, zonder dat men zich om hun leeftijd of zwak gestel bekommerde, werden zij van huis verdreven; zij moesten loopen, zoolang hun krachten het toelieten of tot zij door hun drijvers verdronken of in massa vermoord werden. Sommige stierven van uitputting of vielen bij den weg neer; anderen overleefden den tocht, die drie maanden duurde en bereikte de woestijn en moerassen langs de midden-Euphraat. Daar werden zij aan hun lot overgelaten en kwamen om van de honger of ziekte. Te Abu Herrera waren velen, meerendeels vrouwen, kinderen en oude mannen, zeven dagen zonder voedsel.

De in het Turksche rijk achtergelatenen werden beroofd en onderdrukt. De vrouwen en kinderen dwong men Mohammedaan te worden. Er was in April 1915 minder dan een tiende gedeelte in Turkije achtergebleven. Eenigen van hen wisten naar den Kaukasus of Egypte te vluchten.

Colofon