Het Centrum, 21 augustus 1922
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Enver pasja

Omtrent het sneuvelen van Enver pasja meldt een telegram van Associated Press uit Moskou, dat volgens berichten, welke de sovjet-regeering ontving, zijn lijk werd gevonden met vijf bajonetwonden op het slachtveld in Oost-Bochara, waar hij tegen de bolsjewisten streed. De officieele sovjet-berichten voegen er bij, dat hij khakiuniform droeg.

De loopbaan van Enver doed denken aan een verhaal van de Duizend en één nacht. Hij werd in 1882 in Klein-Azië geboren. Van zijn afkomst is weinig bekend, maar het is waarschijnlijk, dat hij van een goede familie afstamde, daar zijn snelle bevordering in het leger wel niet aan iemand van plebejische afkomst ten deel zou zijn gevallen. Van zijn jeugd weet men niet veel, behalve dat hij vrij uitgestrekte reizen in Europa en Indië maakte. Hij trad in dienst als cavalarie-officier in het corps van Damascus en sloot zich aan bij het comité van eenheid en vooruitgang. Hilmi pasja maakte hem tot zijn aide-de-camp en op zijn 27e jaar was hij majoor. Later leidde hij den opmarsch uit Saloniki van de Jong-Turken, die Sultan Abdoel Hamid van den troon stootten.

Bij het uitbreken van den oorlog tusschen Italië en Turkije kwam Enver wederom op de voorgrond. Hij wist door Opper-Egypte te komen en galvaniseerde de weifelende woestijn-Arabieren tot een landurigen strijd tegen de Italianen in Tripoli. Howel deze worsteling weinig gelegenheid bood voor het aan den dag leggen van militair genie en ondanks het besluit van Turkije om van de ietwat vage souvereiniteit af te zien, die het in Tripoli bezat, had de dapperheid, welke Enver toonde, veel goedgemaakt. Hij bleef een populaire held en in den Balkanoorlog leidde hij, toen de tijd voor de schitterende herovering van Adrianopel was gekomen, de Turksche mannen tot de overwinning. Als een belooning voor zijn diensten had men hem de keizerlijke prinses Nadjil Sultana tot gemalin gegeven, nog voor het uitbreken van den oorlog met Italië. In Februari 1913 bracht hij de Kiamil-regeering ten val door zijn manschappen eenvoudig naar de Verheven Porte te brengen, waarbij Nazim pasja om het leven kwam. Enver werd minister van oorlog.

Toen in den grooten Europeeschen oorlog de ineenstorting van Turkije kwam, vluchtte hij naar Berlijn. Hij was een der oorlogsschuldigen op de lijst der Geallieerden en daar hij te Berlijn een zeer onveilige schuilplaats vond, ging hij van het eene toevluchtsoord naar het andere. In 1920 werd gemeld, dat hij zich met Lenin en Trotsky te Smolensk bevond, dan dat hij in de Kaukasus streed en daarna dat hij aan het hoofd stond van een "rood" leger, dat door Turkestan oprukte. Nog geen jaar later werd gemeld, dat hij zoowel met Angora als met Moskou in onmin verkeerde en wederom een vluchteling was. In April jl. behelsden telegrammen uit Kaboel, dat Bolsjewisten een sterke strijdmacht tegen hem naar Bochara hadden gezonden en hij heeft blijkbaar in die streek tot aan zijn dood gevochten.

Colofon