Het Centrum, 21 december 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Vlucht op den Mohsan Dagh

In de Ararat, een blad dat te Port Said verschijnt, verhaalt de Armeensche pastoor Dikran van de protestantsche kerk te Zeitoen, hoe 5000 Armeniërs, die plotseling door de Turksche overheden van Antiochië aanzegging kregen, hun dorp te verlaten, vluchtten op den Mohsan Dagh (Mozesberg). Zij namen levensmiddelen mede, en verschansten zich op den top. Zij hadden 120 nieuwerwetsche geweren en driemaal zooveel voorladers ter hunner verdediging. Eenige dagen later werden zij door Turksche troepen omsingeld. De Armeniërs deden een uitval, overrompelden 's nachts het Turksche kamp en wisten de vijanden te verdrijven. Deze lieten 200 dooden achter, terwijl den Armeniërs eenige geweren en schietvoorraad in handen vielen. De Turken gingen nu in de geheele omliggende streek de Mohammedanen tegen de Armeniërs ophitsen en de belegering begon opnieuw, maar op grooteren afstand.

Zoo gingen eenige weken voorbij. De pastoor had drie jongelui belast, om naar het eerste schip te zwemmen, dat aan den einder verscheen. Ook had men twee vlaggen klaargemaakt, om mede te seinen. 52 dagen gingen aldus voorbij; de munitie en de levensmiddelen raakten op. De Turken hadden reeds meermalen de overgave geëischt. Eindelijk, den 52sten dag, verscheen een oorlogsschip, de Fransche kruiser Guichen, die de seinen beantwoordde, naderde en een sloep uitzette. Na vernomen te hebben hoe de zaken stonden, werden draadloos andere schepen geroepen, en weldra lagen vier Fransche en een Engelsche kruiser voor de kust, die de 4058 geredde Armeniërs naar Port Said brachtten.

Er moeten 835.000 Armeniërs gedood, verbannen of met geweld tot den Islam bekeerd zijn. Een geestelijke is levend verbrand, vijf zijn opgehangen.

Colofon