Het Centrum, 16 december 1909
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Een schrijnende echo

Klinkt uit Klein-Azië, uit het land, dat thans de weldaden der Jong-Turksche regeering geniet.

Men herinnert zich, hoe enkele maanden geleden gruwelijke slachtingen plaats vonden in verschillende plaatsen, maar vooral te Adana en dat eenigen tijd later de groote Europese pers het bericht verbreidde, dat de Turksche regeering maatregelen had genomen om de schuldigen te straffen en voorgoed een beteren toestand te scheppen.

Die maatregelen zijn nu genomen, die straffen zijn nu opgelegd; hoe de rechtbank te Adana zich kweet van die taak, wordt duidelijk uit een protest, door een aantal geestelijke autoriteiten openbaar gemaakt.

De onderteekenaars zijn de vicarissen van de patriarchen der Grieksche en Syrische katholieken, de prelaat der Armenischen katholieken, de vicaris der Schismatieke Armeniërs en het hoofd der protestantsche Armeniërs.

Zij deelen mee, hoe het bij de berechting der gruwelen toeging en vragen – vermoedelijk vergeefs – recht van Europa.

Reeksen valsche getuigen waren bereid om zich zoo uit te spreken, dat de van christenmoord beklaagde Muzelmannen ten slotte konden worden vrijgelaten.

Een Armeniër had in wettige zelfverdediging een Turk gedood; hij werd opgehangen; toen bleek dat de voornaamste getuige tegen hem, de Turksche mouktar Younous zelf verschillende Cristenen had vermoord. Fluks eenige getuigen geroepen die wilde verklaren, dat Younous in het geheel niet te Adana vertoefde: hij ging vrij uit.

Het lijk van een Mohammedaan werd ontdekt; op eenigen afstand woonde een Armeniër, goudsmid. Van schuldbewijs geen sprake; 15 jaar gevangenis.

Christen vrouwen kwamen voor den krijgsraad getuigen dat Turken de moordenaars hunner echtgenooten zijn geweest. "Wat wilt ge?" was 't antwoord, "zullen wij dan den Islam vernietigen voor uw mannen en kinderen? Gaat heen." En ze werden verjaagd.

Tegen de moordenaars van 20 Protestantsche predikanten werd geen enkele maatregel genomen.

Het nomadenhoofd Kerim en zijn zuster met eenige gezellen hadden vreeselijke wreedheden tegen de Christenen begaan; mannen in stukken gehakt, vrouwen in brand gestoken, kinderen verdronken; de daders zijn niet veroordeeld.

De Turk Hussein Effendi, stadsarchitect, heeft met petroleum zes kerken, 12 scholen, een geheele reeks winkels en huizen van Christenen in de brand doen steken; er werd niet eens een onderzoek ingesteld en hij blijft zelfs in zijn ambt gehandhaafd.

Er zijn Mohammedanen, die een geregelden handel drijven in voorwerpen, uit de huizen der Christenen geroofd, zonder dat ze daarover eenigermate lastig worden gevallen.

De voornaamste aanstichter van de moordenaarijen was Abdul Kader Bagdadi; talrijke getuigen verklaren, dat hij uit het venster van zijn huis den oproerlingen toeriep: "doodt de mannen; de vrouwen en bezittingen zijn voor ons". Hij is vrijgesproken.

De Patriote, aan welk blad we dit alles ontleenen, roept de Ferrer-vrienden op om thans eens de Jong-Turken te conspuer... Neen, dat zal wel niet gebeuren.

Colofon