Het Centrum, 14 oktober 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Over den Paus

Reuter seint uit Rome aan The Times, dat Dolci, de apolistische gedelegeerde te Constantinopel, aan het Vaticaan had geschreven over de Armeensche gruwelen in Klein-Azië. Daarop zou de Paus een brief hebben geschreven aan den Sultan, waarin hij opkomt voor de ongelukkige Armeniërs. Er moeten vreeselijke dingen in Armenië zijn voorgevallen, gelijk trouwens ook in vroeger jaren geschiedde.

De verslagen van Britsche consuls onthulden volgens mededeelingen in het Hoogerhuis een zeer treurigen stand van zaken. In een district was de bevolking totaal uitgeroeid met uitzondering van enkelen, die waren gevlucht. Het heele land was volmaakt verwoest. Er was een groote stroom van vluchtelingen geweest in de Kaukasische provincies. Door een enkel district trokken er 100,000. Hun toestand was schrikkelijk, velen waren uitgehongerd. Er stierven 100 per dag. Russische vrijwillige helpers hebben al het mogelijke gedaan om de ellende te verzachten, maar, gelijk een rapport zegt, tenzij er nieuwe hulp wordt verstrekt, zal de helft der vluchtelingen waarschijnlijk sterven.

De regeering, verklaarde Lord Crewe verder, had geen officieele bevestiging van de medeplichtigheid van Duitschland, maar de mededeeling, dat de Duitsche consulaire vertegenwoordigers in Azië niet alleen hadden toegekeken, maar ook bepaald deze gruwelen hadden aangemoedigd, is ronduit gedaan door de Amerikaansche onderzoekers, die in de gelegenheid waren om een opinie te vormen.

Uit New-York wordt geseind: Professor Dutton geeft vreeselijke bijzonderheden aangaande de Armeensche gruwelen, die hij van een beambte aan het "Euphraat College", een Amerikaansche instelling te Harpoot heeft vernomen. Zijn correspondent schreef hem, dat twee derden van het aantal meisjes-leerlingen en zes zevenden van het aantal jongens dood, verbannen of naar een harem gesleept zijn, terwijl de onderwijzers dood zijn, in de gevangenis zitten, zich verborgen of door martelingen tot waanzin gedreven zijn.

Van een der onderwijzers werd 't hoofd- en baardhaar uitgerukt, evenals de nagels, en na nog andere martelingen te hebben ondergaan, werd hij vermoord. Een andere onderwijzer werd, na dezelfde martelingen te hebben ondergaan, gedood bij de groote moordpartij aan den weg van Diarbekr.

Professor Vorperian, van het "President Wilson College" te Princeton werd krankzinnig doordat hij getuige had moeten zijn van de marteling van een anderen leeraar. Later werd ook Volperian gedood. Professor Nahigian, van het Amerikaansche college te Annharbour werd eveneens vermoord.

De Westminster Gazette zegt: de Turk is nog niet veranderd, indien hij niet slechter geworden is. Enver Bey heeft Abdoel Hamid overtroffen in het aantal van zijn slachtoffers, en hij hoopt een heel volk uit te roeien. Ondertusschen kijken Duitschland en Oostenrijk toe, en keuren het zelfs goed, dat hun beste bondgenoot mannen, vrouwen en kinderen bij duizenden vermoordt. Goedkeuren doen de Duitschers het natuurlijk niet, maar er tegen optreden ook niet.

De Daily Chronicle verneemt uit Zurich, dat volgens Armenische bladen, de Armeniërs van Mersivan, Amasia en Bivas een dringend beroep hebben gedaan op den Duitschen consul, om hen tegen de Turksche wreedheden te beschermen. Hierop zou echter alleen geantwoord zijn, dat de eenige manier om behouden te blijven zou zijn, dat zij overgingen tot het Mohammedaansche geloof. Tal van Armeniërs zouden dezen raad dan ook maar hebben opgevolgd.

De Voss. Ztg. zegt naar aanleiding van de protesten uit Amerika: de "Lusitania" en de "Arabic" waren aangelegenheden, die de Amerikanen zelf betroffen, maar de Armenische quaestie is niet anders dan een theoretische discussie over menschelijkheid; thans zijn wij bezig met de veldslagen uit te vechten, waarvan ons bestaan afhangt, en wij hebben noch tijd noch zin om deel te nemen aan een Five o' clock tea-conversatie over internationale zedelijkheid.

Maar de Frankf. Zeit. zegt, dat de Armeniërs actief zijn en rijk worden en daardoor den haat der Turken opwekken. "Zouden zich onder de met recht (met welk recht?) geëxecuteerde Armeniërs onschuldige slachtoffers bevinden, dan zou Duitschland dit zeker ten zeerste betreuren en zou alles doen om in het vervolg iets dergelijks te verhinderen." De Frankf. Ztg. besluit dan met te zeggen, dat de openbare meening in Duitschland ten volste vertrouwt, dat de Turksche regeering, nadat zij aan de wereld haar kracht naar buiten zoo schitterend heeft getoond, ook voor de binnenlandsche politiek in dit opzicht krachtig zal optreden.

Dit is alles, wat ons uit de Duitsche pers ten gunste dezer door Mohammedanen verdrukte Christenen bekend is geworden.

Colofon