De Amsterdammer, 28 april 1883
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Algemeen Overzicht

Lord Dufferinin zal weldra uit Egypte naar Constantinopel terugkeeren en daar, voor zijne reis naar Engeland eenige weken verblijf houden. De Sultan behoeft zich van dit bezoek niet veel goeds voor te stellen. De Engelsche regeering schijnt niet voornemens te zijn, het den Porte lastig te maken bij de benoeming van een gouverneur van den Libanon, mits slechts de dwaze candidatuur van Prenk Bib-Doda niet gehandhaafd werde. Daarentegen heeft Lord Dufferin instructie ontvangen om de aandacht van den Sultan te vestigen op den ellendigen toestand in Armenië, waar volslagen regeeringloosheid en toenemende onveiligheid de bevolking tot wanhoop brengen. Art. 61 van het tractaat van Berlijn luidt als volgt: De Verheven Porte verbindt zich om zonder verder uitstel de verbeteringen en hervormingen tot stand te brengen, welke de plaatselijke belangen eischen in de door de Armeniërs bewoonde provinciën en om hunne veiligheid tegen Circassiërs en Koerden te verzekeren. Zij zal van tijd tot tijd van de met dit doel genomen maatregelen kennis geven aan de mogendheden, welke op de toepassing dier maatregelen een wakend oog zullen houden.

De Porte schijnt voor dat wakend oog geen groot ontzag te hebben gehad; vijf jaren zijn bijna verloopen, sinds het tractaat van Berlijn werd geteekend en nog is in Armenië niets gedaan. Lord Dufferin is intusschen de geschikte man bij uitnemendheid, om den beheerscher der geloovigen de duimschroeven aan te leggen.

Colofon