Algemeen Handelsblad, 6 december 1894
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenlandsch overzicht

Toen de eerste berichten van het bloedbad uit Klein-Azië kwamen, hield men die algemeen voor overdreven, omdat men zonder krachtig bewijs weigerden in zulke gruwelen te gelooven. Er bestaat nu echter alle reden om te vreezen, dat de berichten maar al te zeer waarheid bevatten. Zij worden door uitvoerige, betrouwbare mededeelingen, welke de Times heeft ontvangen, bevestigd. Er schijnt niet langer twijfel mogelijk te zijn, dat er een slachting op groote schaal is gepleegd, niet door fanatieke dorpelingen of wilde Basshi-Bazoeks, maar door geregelde Turksche troepen, op uitdrukkelijk bevel van een generaal, en ondanks het protest van een Turksch gouverneur.

De zaak heeft zich als volgt toegedragen. De Armenische inwoners van het district Sasun, dat meer rechtstreeks tot Koerdistan behoort, staan in eigenaardige, half-feudale verhouding tot de Koerden. Dezen heffen cijns van de Armeniërs, zoodat zij niets overhouden om belasting te betalen aan de Turken. Een hierover ontstane twist gaf aanleiding tot de gruweldaden. Een troep ongeregelde soldaten, uitgezonden om voor de tweede of derde maal schatting te heffen van de christendorpen, werd verdreven. Toen kwam een afdeeling geregelde troepen, onder bevel van Zekki Pacha. De Koerden trokken af en de christenen onderwierpen zich, op de belofte van een humane behandeling. Maar deze belofte werd schandelijk gebroken; de generaal gaf zijn soldaten bevel, de ongelukkige dorpelingen vreeselijk te straffen. De wreedheden, die daarop volgden, waren van dien aard, dat zelfs een deel van de Turksche troepen, die anders niet voor een klein geruchtje vervaard zgn, weigerde er aan mede te doen. De generaal dreigde toen, hen als muiters te laten doodschieten, als zij zijn bevel niet opvolgden. Aldus gedwongen, deden de soldaten wat hun bevolen was, en geheele dorpen werden letterlijk uitgemoord, ondanks het protest van den gouverneur van het district. Het ergst van alles is, dat Zekki Pacha een ridderorde tot belooning ontving, terwijl de gouverneur van zijn ambt werd ontzet.

De Times twijfelt niet aan de mensenlievendheid van den sultan, die zeker bedrogen is door valsche rapporten, maar eischt een voorbeeldige bestraffing van de schuldigen. Streng, onpartijdig onderzoek is noodig, maar daartoe is de uitgezonden Turksche enquêtecommissie geheel onvoldoende. Het best ware een gemeenschappelijk optreden der mogendheden, doch daaromtrent maakt het blad zich geen illusies.

Colofon