Algemeen Handelsblad, 5 juni 1914
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De hervormingen in Armenië

De Frankf. Ztg. verneemt, dat de overeenkomsten met de beide generaal-inspecteurs voor de Oost-Anatolische provincies, den Nederlander Westenenk en den Noor Hoff thans geregeld zijn en dat deze beide heeren in het begin van Juli hunne posten zullen aanvaarden. Westenenk komt in het Noordelijke, grootendeels Mohammedaansche gebied, met Erzeroem als verblijfplaats; Hoff wordt belast met het beheer van de drie Zuidelijke provincies, waarin een voornamelijk Armenische bevolking, vermengd met Koerdenstammen, woont. In dit Zuidelijk deel hadden in de laatste jaren de hevige gevechten tusschen Koerden en Armeniërs plaats. Het herstel der Armeniërs in hunne, door de Koerden geroofde grondbezittingen is een wezenlijke voorwaarde voor de krachtige medewerking van de vredelievende landbouwende Armenische bevolking.

In het noordelijk deel, waarin voornamelijk Mohammedanen wonen, zal de heer Westenenk voor moeilijke problemen komen te staan. Te Konstantinopel verklaarde hij, dat hij na een twintigjarige werkzaamheid in Nederlandsch-Indië meende de Muzelmannen te hebben leeren kennen. Maar thans eerst merkt hij hoeveel aan die kennis nog ontbreekt. In Indië toch zijn de Mohammedaansche inlanders sedert eeuwen in ondergeschikte positie. Zij zijn de bestuurden en hebben zich aan den wil der bestuurders moeten leeren onderwerpen. De Turksche Mohammedanen in Anatolië echter zijn sedert eeuwen de heeren geweest, de heerschers in het Turksche rijk en zijn niet voornemens hunne bevoorrechte positie op te geven.

En dat zal toch noodig zijn. In een toespraak, onlangs door den Armenischen patriarch gehouden, werden de voorwaarden opgesomd, noodig voor de verbetering der toestanden in Anatolië. Een der eerste voorwaarden is de pariteit, de gelijkstelling der Christelijke Armeniërs met de Mohammedanen. De kanselarijen der beide inspecteurs zullen voor de helft uit Mohammedanen, voor de helft uit Armeniërs moeten worden samengesteld; de leden dier kanselarijen krijgen een soort van ministerieele bevoegdheid, en moeten den inspecteur ter zijde staan bij de regeling van alles, wat de invoering der hervormingen betreft. Zij krijgen elk een departement onder hun bestuur; zij moeten dus de verantwoordelijkheid aanvaarden voor de financiën, de justitie, het onderwijs, den landbouw, de openbare werken. En de Armeniërs zouden van den aanvang af het geheele hervormingswerk met wantrouwen beschouwen, zoo daarbij de gelijkheid tusschen de beide rassen en de beide godsdiensten niet dadelijk volkomen werd aangekondigd.

De moeilijkheid in de zuidelijke provincies bestaat in de verhouding der nomadische Koerden tot de Armeniërs. Voor een deel is die verhouding reeds verbeterd, door den ongelukkig verloopen opstand der Koerden in Bitlis. De executie van een aantal hoofden en voorname leden van de Koerdische stammen heeft er den schrik onder gebracht, en de meeste Koerdenchefs doen al hun best om te betoogen, dat zij met den opstand van Mollah Selim niets hadden uit te staan; zij schijnen voor 't oogenblik zeer vredelievend gezind en voegen zich geheel naar de bevelen der regeering.

Nu heeft echter de Turksche regeering een document in handen gekregen, waaruit blijkt, dat de meeste Koerdenchefs, met handteekening en zegel, hun ondersteuning aan Mollah Selim toezegden. Een hunner, de bekende Koerdenchef Fetullah-bey, heeft nu een merkwaardig middel uitgedacht, om de aanwezigheid van zijn zegel op dit document te verklaren. Hij laat openlijk bekend maken, dat voor drie maanden zijn zegel te Malazgherd gestolen is, en dat alle schrifturen, waarop zijn zegel voorkomt en die sedert drie maanden zijn uitgevaardigd, dus valsch moeten zijn.

Anderen, als de beruchte Mussah-bey en zijn broeder, zijn gevlucht.

Door strenge maatregelen tegen de Koerden hoopt de regeering hen meegaander te maken en de macht van den generaal-inspecteur in de zuidelijke provincies te versterken.

En wanneer de Porte werkelijk ernstig wil medewerken aan de invoering der hervormingen in Anatolië, schijnt thans het meest beschikte oogenblik aangebroken, om van dit werk der beide generaal-inspecteurs voor Anatolië, en dus voor geheel het Turksche gebied in Klein-Azië, de beste vruchten te verwachten.

Colofon