Algemeen Handelsblad, 4 juni 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Vluchtelingen te Jeruzalem

De Armenische Hulp Commissie voor vluchtelingen te Jerusalem schreef op 9 April 1918.

Van 1 tot 3 April zijn te Jeruzalem aangekomen, deels te voet en deels in automobielen, ongeveer zestien honderd Armeniërs, door het Engelsche leger gered te Es-Salt; het zijn de overlevenden van de gedeporteerden van Cilicië (Adana, Mersine, Marache etc.). Honger, epidemiën en tering hebben onder deze ongelukkige gedeporteerden velen gedood gedurende hun driejarige omzwervingen en de overblijvenden onherkenbaar gemaakt. Mager als geraamten, uitgeput, vuil, blootvoets en met lompen uitgeput, vuil, blootsvoets en met lompen schouwspel aan.

Gedurende de reis van Es-Salt naar Jerusalem hebben de Engelschen deze ongelukkigen prachtig geholpen.

De ruiters hebben hen geholpen de rivieren over te steken door een kind in elken arm te nemen en de leidsels tusschen de tanden te nemen. De officieren en zelfs de commandant zijn uit hun automobielen gestapt om plaats te maken voor de kinderen en de zieken. Brood, vleesch en beschuit werden onder hen verdeeld.

400 van deze vluchtelingen zijn geïnstalleerd in het Armenische Seminarium St. Jacques te Jerusalem, een gedeelte in de aangrenzende kazerne en een ander gedeelte in een groot gebouw van de Joodsche wijk, de overigen zijn in tenten ondergebracht die de militaire autoriteit tot hun beschikking heeft gesteld.

De Armeniërs hebben een intendance en een geneeskundigen dienst opgericht om deze ongelukkigen te helpen.

De Engelsche Administratie verstrekt brood, rijst, zout en geneesmiddelen. De officieren van gezondheid bezoeken dagelijks de vluchtelingen, waaronder zich vele weezen bevinden.

Volgens het nieuwsblad "Arev" van Alexandrië heeft het Engelsche Gouvernement besloten te Jerusalem een weeshuis te stichten voor de talrijke weezen, die zich onder deze geredde Armeniërs bevinden.

Colofon