Algemeen Handelsblad, 30 juni 1904
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenlandsch overzicht

De oorlogsgebeurtenissen in het Verre Oosten nemen zóó geheel de publieke belangstelling in beslag, dat men nauwelijks aandacht kan schenken aan andere gebeurtenissen.

Wat in Armenië plaats grijpt is van groot belang – in de eerste plaats wel voor dit ongelukkige, veel gemartelde volk zelf. Het is de correspondent van het Berl. Tageblatt, die er de aandacht op vestigt in een schrijven uit Konstantinopel. En dieper op de zaak ingaande dan het louter vermelden van nieuwe bedreven gruwelen, van hernieuwde gezantsbezoeken bij Sultan en Porte en herhaalde verzekeringen van deze zijde, dat de toestand veranderd zou worden, – legt hij den vinger op de wondeplek, door er ironisch op te wijzen, dat het, al te naïef zou zijn, te meenen, dat de tegenwoordige Armeensche beweging toevallig juist nú is uitgebroken. Hij wijst er op, dat in dit gezegende land, waar het wel nooit heelemaal rustig is, sedert drie maanden een zekere organisatie valt te bespeuren alsof de leiders van den opstand de beschikking hadden over geld en wapens. Evenals in Macedonië worden de opstandelingen in Armenië niet slechts gerecruteerd uit de Turksche grensdistricten, doch evengoed uit het gebied van den Russischen Kaukasus.

Dan stelt de schrijver tegenover elkaar rapporten van Fransche consuls en van Engelsche, hoe de eersten van veertig platgebrande dorpen, van 3 tot 5000 vermoorden spreken, hoe de laatsten uitweiden over de onvoldoendheid der militaire strijdkrachten en de onverschilligheid der overheid, die de eigenlijke oorzaak van den opstand zouden zijn. De Engelsche consuls dringen ook aan op het zenden van meer troepen naar de Russische grens of het instellen eener internationale gendarmerie, à la Macedonië.

Het een en het ander zou Engeland slechts profijt kunnen opleveren en Rusland verontrusten. Intusschen laten de Russische berichten zich nog koel uit over de beweging, want de sympathie der orthodoxe kerk hebben de Armeniërs nooit bezeten.

Van Sofia wordt nog een gerucht verspreid, dat de leiders der Macedonische en Armeensche beweging elkaar de hand zouden reiken, of reeds gereikt hadden. De genoemde correspondent hecht niet veel waarde aan dit gerucht. Maar hij eindigt zijn schrijven toch:

"Evenwel, als Engeland er achter zit"...

Colofon